**1..** Onverminderd artikel 2, lid 2, wordt de verlaging vastgesteld
op:
tien procent van de bijstand of grondslag gedurende één
maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstand of grondslag gedurende één
maand bij gedragingen van de tweede categorie;
veertig procent van de bijstand of grondslag gedurende één
maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstand of grondslag gedurende één
maand bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** De hoogte van de verlaging als bedoeld in lid 1 wordt verdubbeld,
als belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de verzenddatum van
een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig
maakt aan een verwijtbare gedraging.
**3..** In geval er sprake is van een verwijtbare gedraging als bedoeld in
lid 1 onderdeel d wordt de duur van de verlaging verdubbeld, als
belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de verzenddatum van een
besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt
aan een verwijtbare gedraging.
**4..** In afwijking van lid 1 wordt bij onverantwoord interen van vermogen
een verlaging toegepast van twintig procent gedurende het aantal
maanden dat eerder beroep op bijstand is gedaan dan wanneer de
verwijtbare gedraging niet had plaatsgevonden.
**5..** Het college kan volstaan met het geven van een schriftelijke
waarschuwing of de afstemming vaststellen voor een kortere of
langere duur of met een hoger of lager percentage, als de ernst van
de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van
belanghebbende of het gezin daartoe aanleiding geven.
Artikel 8
– Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Bbz, IOAW en IOAZ 2014