Naar hoofdinhoud

Artikel 8

– Hoogte en duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Bbz, IOAW en IOAZ 2014

1.. Onverminderd artikel 2, lid 2, wordt de verlaging vastgesteld op: tien procent van de bijstand of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; twintig procent van de bijstand of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; veertig procent van de bijstand of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie; honderd procent van de bijstand of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie. 2.. De hoogte van de verlaging als bedoeld in lid 1 wordt verdubbeld, als belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de verzenddatum van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging. 3.. In geval er sprake is van een verwijtbare gedraging als bedoeld in lid 1 onderdeel d wordt de duur van de verlaging verdubbeld, als belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de verzenddatum van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging. 4.. In afwijking van lid 1 wordt bij onverantwoord interen van vermogen een verlaging toegepast van twintig procent gedurende het aantal maanden dat eerder beroep op bijstand is gedaan dan wanneer de verwijtbare gedraging niet had plaatsgevonden. 5.. Het college kan volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing of de afstemming vaststellen voor een kortere of langere duur of met een hoger of lager percentage, als de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van belanghebbende of het gezin daartoe aanleiding geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel