**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 7 en 8 wordt, als
belanghebbende(n) geen beroep meer kan doen op een passende en
toereikende voorliggende voorziening - omdat deze volledig wordt
verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij
herhaling schenden van de inlichtingenplicht - de verlaging
vastgesteld op 100 procent gedurende de eerste drie maanden gerekend
vanaf de start van de verrekening.
**2..** In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt de verlaging in de
tweede en derde maand gerekend vanaf de start van de verrekening
vastgesteld op 20 procent, als belanghebbende(n) redelijkerwijs niet
kan beschikken over gelden van ten minste driemaal de toepasselijke
bijstandsnorm.
Artikel 9
– Verlaging bij verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Bbz, IOAW en IOAZ 2014