Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:3:2:1

Regeling inconveniëntentoelage (vergoeding bezwarende omstandigheden)

Onderdeel van CAR/UWO

Aan de buitendienstmedewerkers van de afdeling Beheer Openbare Ruimte en de zwembadmedewerkers die regelmatig onder bezwarende omstandigheden arbeid verrichten, wordt een toeslag per maand toegekend. Onder bezwarende omstandigheden wordt begrepen: het werken in een situatie die een zodanige verontreiniging van de huid veroorzaakt dat deze ook na het gebruik van speciale wasmiddelen duidelijk waarneembaar blijft; het werken in een omgeving met sterk onaangename geuren, of werken met onaangenaam aandoende en sterk afkeer oproepende materialen; het werken in een situatie die een zeer hoge mate van huid- en slijmvliesprikkeling teweegbrengt, zodanig dat dit effect ook na het werk nog enige tijd voelbaar blijft; het langdurig werken onder zeer onaangename hoge of lage temperatuur of temperatuurswisselingen; het werken in situaties waarin gebruik van gehoorbeschermingsmiddelen niet mogelijk of afdoende is, en waarin door het aanhoudende lawaai onderling contact nauwelijks mogelijk is of de geluidssterkte gelijk is aan of groter is dan 80 dbA; het werken met sterk trillende apparatuur; het werken met beschermingskleding of -middelen die een ernstige belemmeringen vormen voor de normale ademhaling, voor huidoppervlakte-uitaseming en voor de bewegingsmogelijkheden; het werken onder omstandigheden welke een verhoogd gevaar voor invaliditeit of overlijden meebrengen. De toelage bedraagt 2% van het maximum salaris van schaal 7, bedoeld in bijlage IIa van de arbeidsvoorwaardenregeling gemeente De Bilt. Voor de ambtenaar met een deeltijdbetrekking wordt de toelage vastgesteld op een evenredig deel van de toelage bij een volledige betrekking. In bijzondere gevallen kan het college een regeling treffen, die het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.

Rechtspraak bij dit artikel