Lid 1
Een medewerker heeft recht op een toelage als bedoeld in artikel 3:3 CAR-UWO indien
hij een functie bekleedt met een functieschaal tot schaal 9 en
hij anders dan bij wijze van overwerk,
gezien de aard van de werkzaamheden verplicht is om te werken op basis van een rooster met (gedeeltelijk) andere werktijden dan op de werkdagen van maandag tot en met vrijdag tussen 7:00 en 18:00 uur.
Lid 2
De toelage zoals bedoeld in het eerste lid bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de medewerker geldende salaris per uur en wel:
20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 0:00 en 7:00 uur en tussen 18:00 en 22:00 uur;
40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 22:00 en 24:00 uur;
40% voor de uren op zaterdag tussen 0:00 en 24:00 uur;
60% voor de uren op zondag en feestdagen tussen 0:00 en 24:00 uur.
Lid 3
De toelage onregelmatige dienst is geen vaste toelage maar wordt toegekend op basis van werkelijk gewerkte tijd.
Lid 4
De medewerker voor wie naar het oordeel van de werkgever bij de vaststelling van de bezoldiging of bij de regeling van de overige rechtstoestand rekening is gehouden met onregelmatige diensten komt niet in aanmerking voor een toelage als in dit artikel bedoeld (bijvoorbeeld bij toegekende garanties voor een dergelijke dienst).
Lid 5
De leidinggevende vermijdt cumulatie van overwerk- en ORT-toelagen, door medewerkers die werken op basis van een rooster slechts in zeer uitzonderlijke situaties te laten overwerken. Overwerk wordt niet ingeroosterd.