Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bepalen salarisschaal

Onderdeel van Bezoldigingsregeling BAR organisatie

Lid 1 Het salaris van de medewerkers waarvan het salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden afgeleid van de bedragen volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage IIa van de CAR-UWO, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de schalen 4 tot en met 15, met uitzondering van de tussenschalen 10A en 11A. Lid 2 De toepassing van bijlage IIa vindt plaats conform het gestelde in artikel 3:1 van de CAR-UWO. Lid 3 Het Algemeen Bestuur bepaalt , nadat daarover overeenstemming is bereikt met het Georganiseerd Overleg, de voor de generieke functies geldende salarisschaal, door het vaststellen van de conversietabel voor de functies uit het functieboek van de BAR-organisatie, waarin de voor de BAR-organisatie geldende landelijk gewaardeerde functies uit HR21 zijn opgenomen. Lid 4 Het Algemeen Bestuur stelt nadere regels met betrekking tot de uitvoering van de functiewaardering en de plaatsing van de medewerker in een generieke functie uit het functieboek van de BAR-organisatie. Lid 5 Zonder voorafgaand ontslag kan voor een medewerker geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan het salaris van de reeds voor hem geldende salarisschaal. Een verlaging kan wel plaatsvinden bij: definitieve herplaatsing van een zieke medewerker als bedoeld in artikel 7:16 lid 2 CAR-UWO, herplaatsing na ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de eigen functie als bedoeld in artikel 8:6 CAR-UWO en bij het toekennen van een disciplinaire straf, als bedoeld in hoofdstuk 16 van de CAR-UWO.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel