Lid 1
Het salaris van de medewerker wordt jaarlijks per 1 april periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag. Dit geldt niet voor de medewerker die het maximum van de voor hem geldende schaal reeds heeft bereikt.
Lid 2
De salarisverhoging wordt toegekend voor de eerste maal met ingang van 1 april na datum indiensttreding van de nieuwe medewerker.
Lid 3
Het tijdstip waarop ingevolge lid 2 van dit artikel voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van de werkgever aanleiding bestaat.
Lid 4
In afwijking van het gestelde in het tweede lid vindt bij indiensttreding of bevordering op of na 1 januari, per 1 april daaropvolgend geen periodieke verhoging plaats.
Lid 5
Als er in een betreffend jaar niet meer dan zes maanden arbeid is verricht, kan de werkgever bepalen dat de medewerker niet in aanmerking komt voor een periodieke verhoging in de zin van lid 1.
De volgende tijd kan aangemerkt worden als het niet verrichten van arbeid:
tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, voor zover deze een tijdvak van een half jaar te boven gaat;
tijd gedurende welke de medewerker in de uitoefening van zijn functie is geschorst:
bij wijze van disciplinaire straf;
van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een instelling voor psychiatrie of een daarmee gelijk te stellen inrichting;
op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging terzake een misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf is aangezegd, dan wel hem die straf is opgelegd;
omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegd gezag het tegendeel bepaald.
Lid 6
In afwijking van het bepaalde in lid 5 sub a van dit artikel kan de medewerker, indien hij of zij in het algemeen belang verlof zonder bezoldiging geniet voor een tijdvak van langer dan een half jaar, toch in aanmerking komen voor een periodieke verhoging in de zin van lid 1.
Lid 7
Indien vaststaat, dat een schorsing, als bedoeld in lid 5 sub b van deze regeling, niet door het ten uitvoer leggen van een straf is gevolgd noch zal worden gevolgd, telt de tijd van deze schorsing alsnog mee voor de vaststelling van de diensttijd.