Naar hoofdinhoud

Deel 1

Artikel 1.3.1

Draagkrachtruimte en draagkracht in het inkomen

Onderdeel van Handreiking voor de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB)

Om vast te kunnen stellen of het inkomen van aanvrager al dan niet toereikend is om zelf de bijzondere kosten te kunnen betalen, wordt de situatie van aanvrager vergeleken, ten opzichte van een bijstandscliënt in soortgelijke omstandigheden. De draagkrachtruimte in het inkomen is het verschil tussen het totale inkomen en de van toepassing zijnde bijstandsnorm Onder van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt verstaan, bijstand die bedoeld is voor levensonderhoud. Dit is behalve de norm en eventuele toeslagen en verlagingen, genoemd in de Toeslagenverordening, ook bijzondere bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar.( exclusief vakantietoeslag). Noot: uit praktische overweging wordt de gereserveerde vakantietoeslag buiten beschouwing gelaten. D.w.z. er vindt een vergelijking plaats van inkomsten exclusief vakantiegeld en de bijstandsnorm exclusief vakantiegeld. Op de draagkrachtruimte kunnen buitengewone uitgaven in mindering worden gebracht die niet direct voor bijstandsverlening in aanmerking komen: Voorbeelden hiervan zijn: - ouderbijdragen ( bijdragen aan heLBIO) - correctie woonkosten, indien niet de volledige huurtoeslag wordt ontvangen; - correctie zorgverzekering, indien niet de volledige zorgtoeslag wordt ontvangen; - verschuldigde kinderalimentatie; - eigen aandeel in de kinderopvang. Draagkracht in het inkomen, is de draagkrachtruimte vermenigvuldigd met een percentage zoals vermeld in volgende tabellen. Tabel 1 ( algemeen voor bijzondere kosten) Inkomen Draagkracht Tot 120% van de bijstandsnorm 0% Van 120% tot 150% van de bijstandsnorm 25% Bij een inkomen meer dan 150% van de bijstandsnorm 50% Tabel 2 ( voor specifieke kosten) Aard verstrekking Draagkracht Woonkostentoeslag 100% Zorgtoeslag 100% Aanschaf / vervanging duurzame gebruiksgoederen 100% Aandeel kinderopvang/WSF 100% Voorbeeld draagkrachtberekening: ( fictieve bedragen) Stel: de van toepassing zijn de bijstandsnorm is € 1.000,00 per maand. Het in aanmerking te nemen inkomen is € 1.800,00 per maand. De berekening van de draagkracht is als volgt: Draagkracht 0% over inkomen 120%= € 1.200,00 Over het inkomen € 1.200,00 tot € 1.500,00= € 300,00 x 25%= € 75,00 per maand Over het inkomen € 1.500,00 tot € 1.800,00 = € 300,00 x 50%= € 150,00 per maand De totale draagkracht is in dit voorbeeld € 225,00 per maand is € 2.700 per jaar. Consulenten kunnen bij de berekening van de draagkracht gebruik maken van een excel-berekening Bijzondere situaties Geen draagkracht bij WSNP. Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken, geldt dat het college enkel de draagkracht kan berekenen over de middelen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft (zie CRvB 01-02-2005, nr. 02/93NABW). De CRvB neemt hierbij als uitgangspunt dat dit slechts de middelen betreft die op de voet van artikel 295 lid 2 Fw buiten de boedel worden gelaten. Aangezien dit in de praktijk neerkomt op 90% van de bijstandsnorm, betekent dit dat er in het algemeen geen draagkracht zal kunnen bestaan bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling van toepassing is. Draagkracht en beslag Als op (een deel van) het inkomen van belanghebbende executoriaal beslag is gelegd waardoor belanghebbende over dat (deel van het) inkomen geen feitelijke bestedingsmogelijkheid heeft, noch beschikkingsbevoegd is, noch een mogelijkheid heeft om het hem uit te laten betalen, mag het college bij de berekening van de draagkracht in het kader van de bijzondere bijstand met dat deel van het) inkomen geen rekening houden, omdat belanghebbende niet redelijkerwijs kan beschikken over dat (deel van het) inkomen (zie CRvB 28-03-2006, nr. 04/5464 NABW).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel