1.. Tot het doen van een voorstel voor benoeming van een afdelingshoofd wordt door de secretaris / algemeen directeur niet overgegaan dan nadat het college via de portefeuillehouder P&O, vertegenwoordigers van het managementteam en de betreffende afdeling bij de selectie zijn betrokken.

2.. Bij afwezigheid van een afdelingshoofd wordt hij in zijn hiërarchisch leidinggevende taken vervangen door de secretaris / algemeen directeur. Voor de andere taken wijst de secretaris / algemeen directeur, op voordracht van het afdelingshoofd een of meer medewerkers aan binnen de afdeling.

3.. Het afdelingshoofd:

  • - is integraal manager en als zodanig verantwoordelijk voor de realisatie van de producten binnen de afdeling, voor de daarbij in te zetten middelen en voor de rapportage daarover;
  • - stelt jaarlijks een afdelingsplan op met de doelen en de planning voor het komende jaar;
  • - legt periodiek verantwoording af aan de secretaris / algemeen directeur en aan de bestuursorganen over productie- en budgetafspraken, over het gevoerde financieel en personeelsmanagement, over de voortgang van projecten en over andere kwaliteitsaspecten;
  • - draagt de verantwoordelijkheid voor de analyse van problemen en processen en voor de beleidsadvisering op strategisch niveau;
  • - zet de lijnen uit voor de afdeling en bewaakt de eenheid van beleid, ook waar het gaat om de afstemming met andere afdelingen;
  • - heeft het primaat waar het gaat om de inhoudelijke advisering aan het college;
  • - voert zelfstandig overleg met de portefeuillehouder(s) en betrekt, indien zinvol, zijn medewerkers daarbij;
  • - realiseert de noodzakelijke randvoorwaarden waarbinnen de medewerkers van de afdeling zo goed mogelijk kunnen presteren;
  • - betrekt de medewerkers actief bij het verbeteren van de werkprocessen en is een coach met duidelijk toegevoegde waarde voor zijn medewerkers;
  • - draagt zorg voor de realisatie van het middelenbeleid en het budgethouderschap op zijn afdeling;
  • - voert met zijn medewerkers de gesprekken als bedoeld in de HRM-jaarcyclus, waaronder de ontwikkelingsgesprekken;
  • - is verantwoordelijk voor de externe contacten, welke voortvloeien uit zijn functie;
  • - neemt deel aan het voor zijn afdeling relevante regionale gremia binnen de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden;
  • - wordt in zijn taken en bevoegdheden vervangen door zijn formeel aangewezen plaatsvervanger, met in achtneming van het bepaalde in het Algemeen mandaatbesluit Papendrecht.