Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 7

Afdelingshoofd

Onderdeel van Organisatiebesluit met inbegrip van instructie secretaris

1.. Tot het doen van een voorstel voor benoeming van een afdelingshoofd wordt door de secretaris / algemeen directeur niet overgegaan dan nadat het college via de portefeuillehouder P&O, vertegenwoordigers van het managementteam en de betreffende afdeling bij de selectie zijn betrokken. 2.. Bij afwezigheid van een afdelingshoofd wordt hij in zijn hiërarchisch leidinggevende taken vervangen door de secretaris / algemeen directeur. Voor de andere taken wijst de secretaris / algemeen directeur, op voordracht van het afdelingshoofd een of meer medewerkers aan binnen de afdeling. 3.. Het afdelingshoofd: is integraal manager en als zodanig verantwoordelijk voor de realisatie van de producten binnen de afdeling, voor de daarbij in te zetten middelen en voor de rapportage daarover; stelt jaarlijks een afdelingsplan op met de doelen en de planning voor het komende jaar; legt periodiek verantwoording af aan de secretaris / algemeen directeur en aan de bestuursorganen over productie- en budgetafspraken, over het gevoerde financieel en personeelsmanagement, over de voortgang van projecten en over andere kwaliteitsaspecten; draagt de verantwoordelijkheid voor de analyse van problemen en processen en voor de beleidsadvisering op strategisch niveau; zet de lijnen uit voor de afdeling en bewaakt de eenheid van beleid, ook waar het gaat om de afstemming met andere afdelingen; heeft het primaat waar het gaat om de inhoudelijke advisering aan het college; voert zelfstandig overleg met de portefeuillehouder(s) en betrekt, indien zinvol, zijn medewerkers daarbij; realiseert de noodzakelijke randvoorwaarden waarbinnen de medewerkers van de afdeling zo goed mogelijk kunnen presteren; betrekt de medewerkers actief bij het verbeteren van de werkprocessen en is een coach met duidelijk toegevoegde waarde voor zijn medewerkers; draagt zorg voor de realisatie van het middelenbeleid en het budgethouderschap op zijn afdeling; voert met zijn medewerkers de gesprekken als bedoeld in de HRM-jaarcyclus, waaronder de ontwikkelingsgesprekken; is verantwoordelijk voor de externe contacten, welke voortvloeien uit zijn functie; neemt deel aan het voor zijn afdeling relevante regionale gremia binnen de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden; wordt in zijn taken en bevoegdheden vervangen door zijn formeel aangewezen plaatsvervanger, met in achtneming van het bepaalde in het Algemeen mandaatbesluit Papendrecht.

Rechtspraak bij dit artikel