De mogelijkheid tot navorderen zoals bedoeld in artikel 3 wordt beperkt tot de gevallen waarin niet sprake is van:
een feit dat bedoelde ambtenaar bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is;
een bij de belastingplichtige gewekt, rechtens te beschermen vertrouwen dat de oorspronkelijke aanslag juist was;
een kennelijk onjuiste aanslag;
een gewijzigd inzicht in de toepassing van de wettelijke bepalingen.
Artikel 5
Beperking mogelijkheid tot navorderen
Onderdeel van Beleidsregels met betrekking tot de waardeherziening en navordering 2005