Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Kennelijk onjuist vastgestelde waarde

Onderdeel van Beleidsregels met betrekking tot de waardeherziening en navordering 2005

Er is sprake van een 'kennelijk onjuist vastgestelde waarde' zoals bedoeld in artikel 4.3, als de waardevaststelling een dermate grote afwijking vertoont van hetgeen bij belanghebbende bekend is te achten met betrekking tot de waarde van de onroerende zaak, dat bij hem niet het vertrouwen kan zijn gewekt dat de vastgestelde waarde juist kan zijn. Voor de toepassing van deze regeling is er sprake van een kennelijk onjuist vastgestelde waarde zoals bedoeld in het eerste lid, als blijkt dat de waarde vastgesteld had moeten zijn op een bedrag dat ten minste 20 percent, met een minimum van € 22.689,- hoger is dan de waarde zoals deze laatstelijk is vastgesteld door middel van een in artikel 22, eerste lid, artikel 25, eerste lid, of artikel 26, eerste lid van de Wet waardering onroerende zaken bedoelde beschikking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel