Voortgangsgesprek
1. De medewerker en leidinggevende voeren tenminste elk jaar een voortgangsgesprek. Wanneer daar aanleiding toe is, kunnen medewerker en leidinggevende ook vaker over de voortgang spreken. Beiden kunnen daartoe het initiatief nemen. De leidinggevende nodigt de medewerker uit voor het voortgangsgesprek, waarbij er tenminste een week voorbereidingstijd zit tussen de uitnodiging en het gesprek.
2. Het voortgangsgesprek heeft onder meer tot doel om de gemaakte afspraken uit het planningsgesprek te volgen en te ondersteunen. Zo nodig worden de afspraken aangescherpt, aangevuld dan wel bijgesteld. Daarnaast wordt gesproken over de ontwikkeling van de medewerker en over algemene werkgerelateerde omstandigheden, waaronder: levensfasespecifieke omstandigheden; arbo; communicatie of de ondersteuning van de leidinggevende.
3. De in het tweede lid bedoelde afspraken en conclusies worden vastgelegd op het formulier “Verslag voortgangsgesprek”.
4. Als de medewerker en de leidinggevende het niet eens worden over de vast te leggen conclusies of afspraken, dan wordt de situatie voorgelegd aan de naasthogere leidinggevende. Deze hoort beiden en doet op basis daarvan een uitspraak. Indien gewenst kan de medewerker zijn zienswijze vermelden op het formulier. In dat geval tekent de medewerker voor gezien.
5. Het “Verslag voortgangsgesprek” wordt in beginsel door de medewerker ingevuld en ondertekend door zowel leidinggevende als medewerker. Medewerker en leidinggevende krijgen een afschrift; het origineel wordt (gesloten) bewaard in het personeelsdossier.