In de bodem van het in erfpacht uitgegeven perceel kunnen zaken en/of omstandigheden worden aangetroffen die kunnen worden aangemerkt als archeologische monumenten in de zin van de Monumentenwet.
bij de bebouwing/herontwikkeling van het in erfpacht uitgegeven perceel wezenlijke veranderingen in de bodemgesteldheid plaatsvinden, moet de erfpachter een verkennend bureauonderzoek uit laten voeren naar de archeologische monumenten in het perceel. Over de vraag wanneer sprake van wezenlijke veranderingen in de bodemgesteldheid en aan welke eisen een verkennend bureauonderzoek dient te voldoen dient de erfpachter in overleg met de gemeente te treden.
Wanneer uit het onder lid 1 bedoelde bureauonderzoek volgt, dat het in erfpacht uitgegeven perceel een archeologische potentie heeft, is de erfpachter op basis van de Monumentenwet, het provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid verplicht, voor zijn rekening een inventariserend vooronderzoek op het perceel te laten uitvoeren door een gecertificeerd archeologisch bedrijf (booronderzoek met bijbehorend plan van aanpak).
resultaten van dit vooronderzoek kunnen leiden tot verdere verplichtingen op te leggen aan de erfpachter, die deze aanvaardt en zal uitvoeren.
Indien de hoogte van de kosten van de onder lid 2 bedoelde verdere verplichtingen hiertoe voor de erfpachter in redelijkheid aanleiding geven, kan de erfpachter voor de vestiging van het recht van erfpacht, de erfpachtovereenkomst ontbinden.
Indien de erfpachter zich beroept op lid 3, zijn de kosten van de uitgevoerde onderzoeken voor rekening van de erfpachter.
Artikel 14
Archeologie
Onderdeel van Algemene Voorwaarden bij uitgifte in erfpacht van onroerende zaken 2013