Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 3.1

Afkondiging van organisatiefase 1

Onderdeel van Sociaal beleidskader Den Haag 2011 (m.i.v. 1 januari 2014) en wijzigingsbesluit SBK per 1 januari 2014

1.. Het diensthoofd kan organisatiefase 1 afkondigen als op basis van het voornemen tot reorganisatie voorzienbaar is dat de reorganisatie zonder aanvullende voorzieningen zal leiden tot personele knelpunten wegens opheffing van functies of boventalligheid. 2.. Het diensthoofd geeft bij toepassing van het eerste lid aan: binnen welke functiegroepen personele knelpunten worden voorzien en wanneer de organisatiefase aanvangt en eindigt, met dien verstande dat de fase in totaliteit niet langer dan twaalf maanden duurt. 3.. Het diensthoofd legt het voornemen tot toepassing van het eerste lid voor advies voor aan het betrokken medezeggenschapsorgaan. 4.. Het diensthoofd meldt de toepassing van het eerste lid aan het betrokken personeel, het betrokken medezeggenschapsorgaan en de commissie voor georganiseerd overleg. Dit artikel regelt de afkondiging van organisatiefase 1. Het betreft een bevoegdheid, geen plicht. Er kan zich bij een reorganisatie de situatie voordoen dat direct organisatiefase 2 wordt afgekondigd, zonder dat organisatiefase 1 daaraan vooraf gaat. Voor een toelichting op organisatiefase 1, zie de bijlage. De afkondiging van organisatiefase 1 vergt een uitdrukkelijk besluit vanwege de mogelijke personele en financiële gevolgen. Omdat met de flankerende voorzieningen wordt beoogd om gedurende een bepaalde periode mobiliteit te stimuleren binnen bepaalde groepen van medewerkers, moet in het afkondigingbesluit uitdrukkelijk worden aangegeven om welke functiegroep(en) het gaat. Deze worden ook wel aangeduid als “bedreigde” functiegroepen. Ook moet uitdrukkelijk worden aangegeven hoe lang de fase duurt. Dit houdt verband met de tijdelijkheid van de flankerende voorzieningen. Ook wordt hiermee helderheid gecreëerd over de status van de organisatie. De fase duurt nooit langer dan twaalf maanden. Voorafgaand aan de afkondiging van organisatiefase 1 vindt overleg plaats met het betrokken medezeggenschapsorgaan over het voornemen daartoe. Dit kan de ondernemingsraad van de desbetreffende dienst zijn of de centrale ondernemingsraad, zie de begripsbepalingen. De afkondiging wordt voor advies voorgelegd (artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden). Dit kan samenvallen met het voorleggen van het voornemen tot reorganisatie. Het betrokken personeel, het betrokken medezeggenschapsorgaan en de commissie voor georganiseerd overleg worden geïnformeerd over het uiteindelijke besluit tot afkondiging van organisatiefase 1. Het spreekt voor zich dat dit tijdig moet plaatsvinden. Het verdient aanbeveling om alle medewerkers in de bedreigde functiegroepen schriftelijk in kennis te stellen van de aanvang en het einde van de fase.

Rechtspraak bij dit artikel