5.1 Inleiding
Het huidige minimabeleid leidt in onvoldoende mate tot het gebruik van minimaregelingen. Met name betreft het mensen die geen (gemeentelijke) uitkering ontvangen. Geldgebrek kan remmend werken op meedoen in de samenleving. Het is daarom noodzakelijk dat via aanvullend en vernieuwend beleid meer burgers kunnen worden bereikt en een ruimhartig beleid wordt gevoerd.
5.2 Doel
Het vergroten van de omvang van de doelgroep.
Het terugdringen van het niet-gebruik van minimaregelingen.
Het bevorderen van aanvullende ondersteuning, gericht op het realiseren van de uitgangspunten.
5.3 Omvang doelgroep
Het in de draagkrachtcriteria genoemde percentage (110%) varieert momenteel in de Nederlandse gemeenten van 105% tot soms zelfs 130% van de bijstandsnorm. De meest voorkomende percentages zijn 110% en 120% van de bijstandsnorm.
Het College kan de draagkrachtcriteria binnen de wettelijke mogelijkheden naar eigen inzicht vaststellen. Deze criteria mogen echter niet dermate ruimhartig zijn dat daarmee het Rijksbeleid op het gebied van inkomenspolitiek wordt doorkruist. Er is geen duidelijke afbakening van deze gemeentelijke bevoegdheid.
Het armoedebeleid van de Rijksoverheid hanteert een inkomensgrens van 120% van het sociaal minimum. Dit is ook het geval geweest bij de eenmalige uitkering van € 50,-- voor minima.
Steeds meer mensen, ook zij met een inkomen boven het sociaal minimum, kunnen door kosten, vanwege geldgebrek in onvoldoende mate aan het maatschappelijk leven deelnemen.
Om meer mensen daartoe te kunnen stimuleren, stellen wij voor om de doelgroep te vergroten en ter zake het huidige percentage te verhogen van 110% naar 120% van de bijstandsnorm.
Beleidskader 1:
De omvang van de doelgroep, voor het recht op bijzondere bijstand, wordt uitgebreid door de inkomensgrens van de draagkrachtcriteria te verhogen van 110% naar 120% van de geldende bijstandsnorm.
5.4 Maatwerk of doelgroepenbeleid
Het huidige minimabeleid in de Kempengemeenten is geen specifiek doelgroepenbeleid.
Uit onderzoeken is gebleken dat een aantal doelgroepen een groter risico op armoede heeft. Dit zijn o.a. alleenstaande ouders met schoolgaande kinderen, chronisch zieken en gehandicapten, allochtonen en 65-plussers. De Kempengemeenten hebben terzake in het minimabeleid voldoende financiële waarborgen ingebouwd.
Omdat in voorkomende gevallen in individuele gevallen maatwerk kan worden geleverd, is het niet nodig om specifiek doelgroepenbeleid binnen het minimabeleid op te nemen.
Beleidskader 2:
a. Binnen het minimabeleid wordt geen specifiek doelgroepenbeleid ontwikkeld.
b. In het minimabeleid moet vooral individueel maatwerk voorop staan, met extra aandacht voor participatie.
5.5 Regionale afstemming
Het doel van regionale afstemming binnen de vijf Kempen gemeenten is een transparant en overzichtelijk beleid te verkrijgen voor de klant. Aan de burgers is het moeilijk uit te leggen dat de verstrekkingen per gemeente verschillen.
Eerder hebben adviesorganen, zoals seniorenraad en WMO platform aangegeven dat zij eenheid m.b.t. de verstrekkingen binnen de Kempengemeenten belangrijk vinden.
De minimaregelingen wijken op onderdelen van elkaar af. Tevens kunnen hierdoor voordelen voor de uitvoering worden bereikt, bijvoorbeeld op het gebied van voorlichting en werkprocessen.
Beleidskader 3:
Het College van Burgemeester en Wethouders stelt de beleidsregels van het minimabeleid vast binnen de beleidskaders van deze kadernota en stemt die beleidsregels af met de overige Kempengemeenten.
Beleidskader 3 gemeente Reusel-De Mierden:
Het College van Burgemeester en Wethouders stelt de beleidsregels van het minimabeleid vast binnen de beleidskaders van deze kadernota met dien verstande dat het bestaande minimabeleid onverkort gehandhaafd blijft, inclusief vergoeding kosten identiteitsbewijs één keer per 5 jaar, vermeerderd met de extra maatregelen zoals in deze nota voorgesteld.De beleidsregels worden afgestemd met de overige Kempengemeenten. Dit hoeft niet te leiden tot uniformiteit.
In het volgende hoofdstuk wordt het vernieuwend minimabeleid beschreven door middel van het benoemen van vijf pijlers waarin de verschillende deeltaken van de gemeenten zijn ondergebracht. De pijlers zijn:
Participatie
(Vrijwilligers)werk
Materiële ondersteuning
Gezondheid
Preventie
5.6 Pijler 1: Participatie
5.6.1 Schuldhulpverlening
Geldgebrek heeft niet alleen te maken met een laag inkomen, maar kan ook ontstaan door schulden.
Oorzaken hiervoor kunnen zijn: echtscheiding, terugval in inkomen (b.v. door ziekte of werkloosheid) en het doen van onverantwoorde uitgaven. Het gevolg hiervan kan zijn dat mensen t.g.v. een schuldenproblematiek in onvoldoende mate meedoen.
Schuldhulpverlening kan er, met maximale inzet van de schuldenaar, toe bijdragen dat mensen binnen een redelijke termijn weer uitzicht hebben op een schuldenvrije toekomst.
De Kempengemeenten hebben vanuit hun regiefunctie daarover afspraken gemaakt met de Unit Schulddienstverlening (voormalige Stadsbank) van de gemeente Eindhoven en met Maatschappelijk Werk DommelRegio.
De materiële aspecten van schuldhulpverlening worden naar evenredigheid uitgevoerd door ISD de Kempen en DommelRegio. De psycho-sociale hulpverlening vindt alleen plaats door DommelRegio.
Er is, ook op landelijk niveau, sprake van een toenemend aantal aanvragen om schuldhulpverlening.
Als middel tegen armoedebestrijding wil het Kabinet daarom meer bevoegdheden toekennen aan gemeenten om, via afspraken met schuldeisers, oplossingen te realiseren.
5.6.2 Cliëntenplatform ISD
De Cliëntenraad bestaat uit uitkeringsgerechtigden en uit vertegenwoordigers van belangenorganisaties. Gelet op de doelstelling, taken en bevoegdheden van dit overlegorgaan, wordt de Cliëntenraad ook betrokken bij de voorbereiding van beleid en uitvoering van het minimabeleid.
5.6.3 Integraal gemeentelijk beleid
Uitsluitend financiële ondersteuning is voor de meest kwetsbare burgers niet genoeg omdat vaak sprake is van een cumulatie van armoederisico’s, zoals een slechte arbeidsmarktpositie, problematische schulden, laag opleidingsniveau en gezondheidsproblemen.
Het is van belang dat armoedebeleid beleidsmatig en op uitvoerend niveau wordt afgestemd met andere taken van de gemeente, zoals cultuureducatie en sportactivering, Wmo, leerplicht, reïntegratie, sociale activering, inburgering, jeugdbeleid.
Met de komst van de Wmo heeft de integrale beleidsontwikkeling een belangrijke impuls gekregen: er wordt getoetst of beleid “Wmo-proof” is. Een dergelijke benadering is t.a.v. het minimabeleid ook noodzakelijk: toets beleidsontwikkeling op deze terreinen aan armoede(problematiek), en maak dit beleid naast Wmo-proof ook ‘armoede-proof'.
Deze integraliteit moet vervolgens in de praktijk gestalte krijgen.
5.6.4 Convenant - "Kinderen doen mee"
Via een convenant met het Rijk hebben de gemeenten een ambitie uitgesproken om het aantal kinderen, dat vanwege gebrek aan financiële middelen, niet participeert, met 50% te verminderen.
Een aantal aspecten in deze Nota, met name de financiële regeling voor ouders van schoolgaande kinderen, heeft betrekking op het realiseren van die ambitie. Alle vijf Kempen gemeenten hebben het convenant ondertekend.
5.7 Pijler 2: (Vrijwilligers)werk
5.7.1 Arbeid in loondienst / Gesubsidieerde arbeid
Arbeid wordt beschouwd als de belangrijkste bron van inkomensverwerving. Op zichzelf is arbeid een vorm van participatie. Het daaruit beschikbare inkomen vormt ook de financiële basis om ook op andere wijze in het maatschappelijk leven te participeren.
Het streven is gericht op het vinden van passende arbeid. Dat kan ook gesubsidieerde arbeid zijn, middels reïntegratie of WSW.
5.7.2 Sociale activering
Als arbeidsparticipatie (nog) niet mogelijk is, is de inzet van sociale activering gericht op maatschappelijke participatie en het opdoen van (werk)ervaring. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de mogelijkheden en voorkeuren van betrokkenen.
5.7.3 Inburgering
Integratie van allochtone medeburgers in onze samenleving is noodzakelijk om op een acceptabele manier te kunnen participeren in het maatschappelijk leven.
Gemeenten dragen daaraan bij via het aanbieden van inburgeringstrajecten. Bij het integreren in de lokale samenleving vervullen de gemeentelijke werkgroepen Vluchtelingenwerk een belangrijke rol.
5.8 Pijler 3: Materiële ondersteuning
5.8.1 Bijzondere bijstand
Naast categoriale bijstand en bijstand voor specifiek aangewezen algemene kosten, kan via bijzondere bijstand, binnen wet- en regelgeving en jurisprudentie, maatwerk worden geleverd. Dit kan zich voordoen in strikt individuele omstandigheden. Ook hier geldt het bevorderen van participatie door financiële beperkingen zoveel mogelijk weg te nemen.
5.8.2 Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Momenteel wordt een wetsvoorstel voorbereid om minima bij voorbaat te vrijwaren van lokale belastingen. De vrijstelling zal dan alleen gelden voor mensen die eerder al eens een ontheffing hebben gekregen.
Met name 65-plussers zouden na een eerste kwijtschelding permanent kunnen worden gevrijwaard omdat hun inkomen, behoudens indexering, niet meer zal wijzigen.
Ook het Inlichtingenbureau (een elektronische database van de landelijke overheid) kan gemeenten via bestandsvergelijking ondersteunen bij de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid. Het Inlichtingenbureau kan sinds kort ook toetsen of iemand die vorig jaar geen gemeentelijke belastingen hoefde te betalen ook dit jaar in aanmerking komt voor kwijtschelding.
De geautomatiseerde toetsing van het recht op kwijtschelding beoogt:
• de administratieve lasten voor de burgers te verlagen,
• de afhandeltermijnen van kwijtscheldingsverzoeken te verkorten, en
• het gebruik van inkomensondersteunende regelingen te bevorderen.
Vereenvoudiging van het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid is in belangrijke mate afhankelijk van het Rijksbeleid.
Beleidskader 4:
Streven naar vereenvoudigen van beleid en uitvoering betreffende kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.
Beleidskader 4 gemeente Reusel-De Mierden:
Streven naar vereenvoudigen van beleid en uitvoering betreffende kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor inwoners met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm.
5.8.3 Ketenpartners
De gemeenten hebben enkele belangrijke ketenpartners die een rol spelen bij verstrekkingen aan minima.
- Stichting Leergeld
Deze stichting is actief in de 5 Kempengemeenten en levert een (financiële) bijdrage t.b.v. schoolgaande kinderen, die om financiële redenen niet kunnen meedoen aan schoolse en buitenschoolse activiteiten. Deze ondersteuning geschiedt niet rechtstreeks aan de betreffende ouders. Door deze werkwijze wordt bevorderd dat de dreiging van sociaal isolement/uitsluiting wordt verminderd dan wel wordt voorkomen.
Bijzondere bijstand wordt in dit verband gezien als een voorliggende voorziening.
In voorkomende gevallen wordt doorverwezen naar deze stichting.
- Voedselbank
In Bladel is sinds kort een voedselbank actief t.b.v. mensen uit de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden. In de gemeente Oirschot is de Voedselbank Best-Oirschot actief.
De Voedselbank Bladel werkt als steunpunt nauw samen met de Voedselbank Veldhoven om zodoende over voldoende voedsel te beschikken. Ze pakt de armoede direct aan door deze mensen wekelijks een voedselpakket te verstrekken. Daartoe worden de landelijk vastgestelde bestedingsnormen gehanteerd.
De voedselbank is volledig afhankelijk van giften en subsidies. Momenteel ontvangt de Voedselbank Bladel nog een subsidie via de gemeente Veldhoven. Binnen afzienbare tijd zal subsidie worden aangevraagd in de afzonderlijke gemeenten van het werkgebied.
Inmiddels zijn afspraken gemaakt met de Voedselbank in Bladel m.b.t. het geven van voorlichting en het verwijzen naar hulpverlening via de ISD de Kempen.
5.9 Pijler 4: Gezondheid
Minima hebben in het algemeen meer risico op een slechtere gezondheid dan de niet-minima. Om die reden is het belangrijk gevonden dat de gezondheidszorgvoorzieningen toegankelijk blijven.
Omdat gezondheid een belangrijke rol kan spelen bij het meedoen aan de samenleving, hebben de Kempengemeenten voorwaarden gecreëerd om de financiële risico’s m.b.t. medische kosten zoveel mogelijk te beperken.
Beleidskader 5:
Financiële omstandigheden die de toegankelijkheid van gezondheidsvoorzieningen kunnen beperken, moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.
5.9.1 Collectieve zorgkostenverzekering voor minima
De Kempengemeenten hebben een collectieve zorgkostenverzekering voor minima afgesloten met zorgverzekeraars, waaraan de doelgroep onder bepaalde voorwaarden en premiekorting kunnen deelnemen. Om de deelname aan die collectieve verzekering te stimuleren wordt bijzondere bijstand verstrekt in een gedeelte van de verschuldigde premie.
5.9.2 Bijzondere bijstand
Ondanks het feit dat men via deelname aan de collectieve zorgverzekering, gebruik kan maken van een omvangrijk vergoedingenpakket, kunnen er toch nog bepaalde kosten zijn die niet (geheel) vergoed worden. Op grond van individuele bijzondere omstandigheden kunnen gemeenten in die gevallen via het verstrekken van bijzondere bijstand maatwerk leveren.
5.9.3 Lokaal gezondheidsbeleid
Het is belangrijk om ook vanuit dit beleid initiatieven te ontwikkelen die gericht zijn op minima. Als voorbeeld kan worden genoemd het organiseren van kookcursussen voor minima, voor het bereiden van gezonde maaltijden met weinig geld.
5.10 Pijler 5: Preventie
Preventie is gericht op het voorkomen van probleemsituaties. Het gaat daarbij niet alleen om beginsituaties, maar ook om het voorkómen van toename van problemen en het vervallen in recidivegedrag.
Beleidskader 6:
Gemeenten voeren een pro-actief beleid om financiële probleemsituaties van inwoners zoveel mogelijk te voorkomen.
5.10.1 Communicatie
Communicatie als preventiemiddel kan voorkomen in de vorm van voorlichtingen via:
schriftelijk via publicaties (brochures, nieuwsbrieven en persberichten)
mondeling via individuele of groepsgewijze voorlichting.
5.10.2 Regelhulp
“Regelhulp” is een elektronische database van de landelijke overheid, waarbij het mogelijk wordt om via internet meerdere voorzieningen van CIZ, UWV en CWI en WMO tegelijk aan te vragen.
Regelhulp is vraaggericht en beperkt bureaucratische rompslomp voor de inwoners.
Door Regelhulp kunnen cliënten voorzieningen aanvragen en zich daardoor melden bij de gemeente, die mee kan denken over een oplossing. Daarvoor hoeft de cliënt maar één formulier in te vullen.
Gemeenten kunnen zich tegen een relatief geringe vergoeding aansluiten op Regelhulp. Aansluiten betekent dat gemeenten hun (Wmo-)-voorzieningen beschikbaar en direct aanvraagbaar maken op Regelhulp.
Regelhulp blijft een extra informatie- en aanvraagkanaal naast bestaande kanalen en dus een extra service voor de doelgroep van chronisch zieken, gehandicapten en ouderen.
5.10.3 Website
Steeds meer mensen gebruiken internet naast papieren documentatie, als informatiebron. De website van de gemeente en de ISD de Kempen zijn daarom belangrijke informatiebronnen m.b.t. het minimabeleid in de Kempengemeenten.
5.10.4 "Bereken uw recht"
Stimulansz heeft het voor iedereen mogelijk gemaakt om via internet na te gaan of men recht heeft op landelijke voorliggende voorzieningen voor minima.
Inmiddels is het ook mogelijk om via deze organisatie na te gaan of men in aanmerking komt voor minimaregelingen op gemeentelijk niveau. Om als gemeente daarbij te kunnen aansluiten moeten gemeenten een bijdrage betalen. “Bereken uw recht” is dus een extra elektronische informatiebron voor burgers.
Beleidskader 7:
Mogelijkheden benutten om inwoners in de gelegenheid te stellen om via internet na te gaan of recht bestaat op gemeentelijke minimavoorzieningen.
5.10.5 Signalering
Signalering vindt plaats vanuit de volgende uitgangspunten: het stimuleren van personen die recht hebben op de voorzieningen en hen helpen bij de vraagstelling. Burgers ervaren ook de mentale steun van medeburgers: Delen van de zorgen, samen zoeken naar adequate oplossingen. Ook dit draagt bij aan de brede uitgangspunten van het vernieuwende beleid.
De gemeente Eersel is,als kartrekker namens de 5 Kempengemeenten, gestart met het Project “Meedoen voor iedereen”. De gemeenteraad heeft hiervoor een budget beschikbaar gesteld. Dit project bestaat uit de volgende 2 onderdelen:
Het opzetten van een solide signaleringssysteem door het opleiden van mensen.
Opvang signalen bij het loket.
Vertalen van de signalen naar adequate oplossingen, waarbij ook ketenpartners zonodig worden betrokken.
Het de bedoeling dat deze taak in Eersel structureel wordt ingebed in het lokaal loket.
Het project in Eersel zal worden geëvalueerd en zonodig worden aangepast. Vervolgens zal moeten worden nagegaan of, en zo ja in welke mate, het Eerselse project kan worden verbreed naar alle Kempengemeenten.
De cursus is vooral opgezet ( vanuit diverse ervaringen/onderzoeken ingegeven) om burgers te helpen de juiste oplossingen te vinden voor de ervaren problemen ( onvoldoende participeren ontstaat veelal niet vanuit één oorzaak) . Dit past uitstekend bij de brede uitgangspunten van het vernieuwend beleid.
Beleidskader 8:
Versterken van de signaleringsfunctie om het niet-gebruik van minimavoorzieningen terug te dringen en vooral ook om in gezamenlijkheid ondersteuning en adequate oplossingen te bieden.
Beleidskader 8 gemeente Reusel-De Mierden:
Versterken van de signaleringsfunctie om het niet-gebruik van minimavoorzieningen terug te dringen en vooral ook om in gezamenlijkheid ondersteuning en adequate oplossingen te bieden. De gemeente doet er alles aan om via belangen- en participatieorganen schrijnende situaties te kennen en op te lossen.
5.10.6 Scholing
Vooral voor minima is scholing een belangrijk instrument om hun financiële positie te verbeteren. Scholing kan betrekking hebben op de volgende beleidsvelden:
Reïntegratie naar betaalde arbeid via om-, bij- of herscholing.
Inburgering via (duale) inburgeringstrajecten waarin met name aandacht wordt besteed aan de Nederlandse taal en aan kennis van de Nederlandse samenleving.
Schuldhulpverlening. Via een cursus “Omgaan met geld” kunnen minima, in het bijzonder mensen met schulden, leren om hun financiële situatie beter te beheersen.
Artikel Vernieuwend minimabeleid
Artikel Vernieuwend minimabeleid
Onderdeel van Kadernota minimabeleid 2009