Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Het functioneringsgesprek

Onderdeel van Uitvoeringsregeling gesprekscyclus

1.. De basis van het functioneringsgesprek is de resultaatbeschrijving. 2.. Het functioneringsgesprek wordt jaarlijks gehouden in de periode april –juni. 3.. Bij een nieuwe medewerker wordt het functioneringsgesprek uiterlijk 3 maanden na indiensttreding gehouden. 4.. Bij rechtspositionele aanleiding wordt het functioneringsgesprek tussentijds gehouden. De medewerker en de leidinggevende kan zich, als daarover tussen de gesprekspartners overeenstemming is bereikt, laten bijstaan door een informant. 5.. Op verzoek van de medewerker of de leidinggevende en na overeenstemming tussen partijen neemt de P&O adviseur deel aan het gesprek. 6.. De medewerker wordt tenminste 1 week voor het gesprek uitgenodigd en aan de medewerker wordt input gevraagd voor het gesprek. 7.. In het gesprek wordt de voortgang van de afspraken besproken en waar nodig bijgestuurd. 8.. Onderwerpen die in ieder geval besproken worden zijn: de afspraken uit het vorige gesprek, de afspraken uit de resultaatbeschrijving, competenties, werkprocessen, opleidingen, ziekteverzuim, samenwerking en schriftelijke en mondelinge communicatie. 9.. Specifieke aandacht wordt geschonken aan de levensfase van de medewerker. 10.. De gemaakte afspraken en het gespreksverslag worden vastgelegd op het gespreksformulier functioneringsgesprek. (Bijlage 2)

Rechtspraak bij dit artikel