Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Het beoordelingsgesprek

Onderdeel van Uitvoeringsregeling gesprekscyclus

1.. Het beoordelingsgesprek wordt gehouden: in het eerste dienstjaar, uiterlijk 9 maanden na indiensttreding; bij een tijdelijke aanstelling na het eerste dienstjaar, tenminste 1 beoordelingsgesprek, drie maanden voor het vervallen van de aanstelling; tussentijds bij rechtspositionele aanleiding; voor de functie afdelingshoofd 1x per 2 jaar. 2.. De medewerker wordt tenminste 1 week voor het gesprek door de leidinggevende uitgenodigd. De medewerker kan zich laten bijstaan door een P&O adviseur of raadsman 3.. De P&O adviseur is aanwezig bij het gesprek. Als tussen medewerker, leidinggevende en P&O adviseur overeenstemming wordt bereikt, kan daarvan worden afgeweken. 4.. De beoordeling is gebaseerd op de gezichtspunten: kennis, zelfstandigheid, uitdrukkingsvaardigheid, contacten, leidinggeven en een indien gewenst toegevoegd gezichtspunt. 5.. De competenties behorend bij het generieke profiel en de resultaatbeschrijving worden beoordeeld. 6.. De beoordeling wordt samenvattend gewaardeerd met onvoldoende, voldoende, goed, of uitstekend. 7.. Een recent gehouden functioneringsgesprek ligt mede ten grondslag aan de beoordeling. 8.. De gemaakte afspraken en het gespreksverslag worden vastgelegd op het gespreksformulier beoordelingsgesprek. (Bijlage 4)

Rechtspraak bij dit artikel