Tekst artikel 22 ASV
Een instelling die verplichtingen heeft ten aanzien van het groot planmatig onderhoud van gebouwen, kan, wanneer het college daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming heeft verleend, onder voorwaarden een voorziening vormen die (mede) is opgebouwd uit gemeentelijke subsidiegelden.
Artikel 4:41 van de wet is van toepassing. De hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 4:41 lid 1 sub b. wordt met toepassing van de artikelen 3:2 en 3:4 van de wet door het college vastgesteld.
Een voorziening kan gevormd worden voor toekomstige kosten die een periode van tenminste twee jaar omvatten en:
a. Niet binnen de jaarlijkse exploitatie of via de egalisatiereserve opgevangenkunnen worden, en
b. Nu reeds te voorzien zijn, en
c. Onvermijdelijk zijn, en
d. Hun oorzaak in het verleden hebben, en e. Kwantificeerbaar / berekenbaar zijn.
Een voorziening kan in ieder geval niet worden gevormd voor: a. De kosten samenhangend met ziekte van werknemers. b. Reeds ontvangen maar nog niet volledig bestede subsidiegelden.
Het verzoek om toestemming voor het vormen van een voorziening bevat een plan waarin in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:
Het doel van de voorziening.
De onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van de voorziening.
Een planmatige onderbouwing van de meerjarige opbouw van en onttrekkingen uit de voorziening.
Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen.
Het toestaan van het vormen van een voorziening, die (mede) is opgebouwd uit gemeentelijke subsidiemiddelen, gebeurt onder de voorwaarde dat het onderliggende plan, zoals bedoeld in lid 5, is goedgekeurd.
Voor het in afwijking van het goedgekeurde plan toevoegen van subsidiegelden of het in afwijking van het goedgekeurde plan onttrekken van subsidiegelden aan de voorziening, is voorafgaand schriftelijke toestemming nodig van het college.
De beleidsregels geven aan:
de criteria om toestemming van het college te verkrijgen om een voorziening te vormen mede uit subsidiegelden;
de voorwaarden die aan de toestemming tot het vormen van een voorziening worden gesteld;
op welke wijze de toestemmingscriteria worden gehandhaafd.
Criteria voor verkrijging van toestemming:
De toestemming wordt in beginsel voor maximaal 20 jaar verleend. Het meerjarig onderhoudsplan (MOP) voor groot onderhoud zoals bedoeld in artikel 22, lid 5 onder c ASV, omvat in beginsel maximaal 20 jaar;
Als de voorziening voor een langere periode dan 20 jaar noodzakelijk is, dan levert de instelling hiervoor aanvullende onderbouwing.
Voorwaarden die aan de toestemming worden gesteld:
De instelling verantwoordt de onttrekkingen en toevoegingen jaarlijks op een overzichtelijke wijze in de jaarrekening met toelichting,
De toestemming voor het vormen van een voorziening geldt voor de in het goedgekeurde onderhoudsplan aangegeven periode.
Handhaving van de toestemmingscriteria:
Bij voorzieningen voor groot onderhoud aan gebouwen wordt maximaal 10 jaar na het verlenen van de toestemming het onderhoudsplan geëvalueerd, waarbij de leden b en c van dit artikel van toepassing zijn;
Als blijkt dat de voorziening niet of niet geheel is besteed binnen de aangegeven periode dan dient het saldo ten gunste van de exploitatie van de instelling te komen;
Als de voorziening voor andere doeleinden wordt gebruikt dan in de toestemming is bepaald en/of beoogd, dan wordt de toestemming ingetrokken en kan dit gevolgen hebben voor de subsidievertrekking.
Hoofdstuk
Artikel 6
Voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels reserves en voorzieningen Algemene Subsidieverordening gemeente Bunnik