1.Indien naar de mening van het college sprake is van het zich zeer
ernstig misdragen jegens personen en instanties die zijn belast met de
uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid,
van die wet, tegenover personen en instanties die zijn belast met de
uitvoering van de IOAW als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g,
van die wet of tegenover personen en instanties die zijn belast met de
uitvoering van de IOAZ als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g,
van die wet door een belanghebbende die bijstand of een uitkering
ontvangt of daartoe een aanvraag indient, wordt de bijstand of de
uitkering verlaagd met inachtneming van de ernst van de gedraging, de
mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten, de
omstandigheden waarin de misdraging heeft plaatsgevonden en de
omstandigheden waarin hij verkeert.
2.De maatregel wordt vastgesteld op:
a.€ 75,00 bij verbaal geweld en discriminatie;
b.€ 300,00 bij intimidatie
c.een verlaging van 100% van de bijstand of de uitkering gedurende 1
maand bij zaakgericht of
mensgericht fysiek geweld;
d.een verlaging van 100% van de bijstand of de uitkering gedurende 1
maand bij een
combinatie van agressievormen.
3.In aanvulling op het eerste lid kan door of namens het college
aangifte worden gedaan bij de politie dan wel de toegang tot het
stadhuis worden ontzegd en eventuele schade op belanghebbende worden
verhaald.
HOOFDSTUK II
Artikel 10
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ