1.De hoogte van de maatregelen als bedoeld in artikel 9 eerste lid onder
a, b en c en artikel 1 tweede lid, van deze verordening wordt
verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na het
besluit tot het opleggen van een maatregel in verband met een
verwijtbare gedraging, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging waaraan
een vergelijkbare of zwaardere maatregel is verbonden.
2.Wanneer binnen een jaar na het besluit tot een verlaging van 100% van
de bijstand of de uitkering gedurende 1 maand als gevolg van het zich
zeer ernstig misdragen jegens personen en instanties die zijn belast met
de uitvoering van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ sprake is van
herhaling van een misdraging die een verlaging van 100% van de bijstand
of de uitkering gedurende 1 maand tot gevolg had, wordt de periode van
verlaging van 100% verdubbeld.
3.Met een besluit waarmee een maatregel wordt opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om af te zien van ten uitvoerlegging op grond
van dringende redenen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze
verordening.
4.Met het besluit waarmee een maatregel wordt opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om een waarschuwing te geven, zoals bedoeld in
artikel 5 van deze verordening.
HOOFDSTUK II
Artikel 11
Recidive
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ