Om uitvoering te geven aan de Wet BIBOB is het noodzakelijk dat het bestuursorgaan de beschikking krijgt over zodanige informatie dat het kan oordelen over de mate waarin het risico aanwezig is dat facilitering van criminaliteit zich zou kunnen voordoen. Soms is de informatie uit de door de aanvrager zelf aangeleverde bescheiden of uit openbare bronnen zo evident dat de gemeente zelf een aanvraag kan afwijzen. Vaak zal de op die manier verkregen informatie wel een duidelijk aanleiding tot twijfel zijn, maar geen voldoende afwijzingsgrond bieden. Dan kan advies worden gevraagd aan het landelijk Bureau BIBOB (hierna: Bureau BIBOB). Dit bureau is bij wet ingesteld en valt onder het Ministerie van Justitie. Het heeft inzage in een aantal openbare en gesloten bronnen (bijvoorbeeld de belastingdienst, politieregisters, justitiële documentatie, gegevens van de IND, etc.) en kan hierdoor een diepgaander onderzoek verrichten dan het bestuursorgaan. Dit kan overigens alleen als een overeenkomst tussen het bestuursorgaan en het bureau is gesloten. Het bureau stelt als voorwaarde voor het geven van advies dat het bestuursorgaan een BIBOB-beleidslijn heeft vastgesteld. Het Bureau BIBOB geeft in zijn advies aan of sprake is van weinig of veel gevaar.
Een speciale aanleiding om het Bureau BIBOB in te schakelen bestaat wanneer er een tip van de Officier van Justitie binnenkomt. Hij heeft deze bevoegdheid op grond van artikel 26 van de wet. Op dit moment is deze tipfunctie nog niet echt van de grond gekomen, maar er is in de praktijk een “geactiveerde tipfunctie” ontstaan. Overheden hebben de mogelijkheid om aan het OM te vragen om hen te tippen over de aanvrager van bijvoorbeeld een vergunning.