Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en Wet Schuldhulpverlening

Kosten van medische en paramedische behandelingen komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking, omdat hiervoor een passende en toereikende voorliggende voorziening is, namelijk de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Zvw en AWBZ). Hierop is een aantal uitzonderingen. Eigen bijdragen van kostensoorten die slechts ten dele door de Zvw of AWBZ worden vergoed komen in beginsel in aanmerking voor bijzondere bijstand. De eigen bijdrage die geldt voor een aantal kostensoorten, staat los van het verplichte eigen risico. Dat wil zeggen dat de eigen bijdrage niet in mindering wordt gebracht op het eigen risico, zodat voor deze kosten recht bestaat op bijzondere bijstand, óók als het eigen risico nog niet (volledig) is aangesproken. Besparingsmotief Bij een aantal kostensoorten blijft een deel voor eigen rekening van de patiënt in verband met het besparingsmotief. Zo worden bijvoorbeeld orthopedische schoenen (zelfs bij een aanvullende of collectieve verzekering) nooit volledig vergoed. Aan de eigen bijdrage voor orthopedische schoenen ligt het besparingsmotief ten grondslag. Immers, iedereen zal regelmatig schoenen moeten aanschaffen. Het wordt daarom billijk geacht dat ook verzekerden die aangewezen zijn op orthopedische schoenen, een vergelijkbaar bedrag in de aanschaffingskosten van deze schoenen betalen. Het besparingsmotief is niet altijd heel duidelijk. In het geval een belanghebbende bijvoorbeeld een eigen bijdrage moet voldoen voor een pruik, kan niet worden gesteld dat er wordt bespaard op de kapper. Niet alleen omdat onbekend is hoeveel deze belanghebbende op jaarbasis aan de kapper zou hebben uitgegeven, maar ook vanwege het feit dat een pruik verzorging nodig heeft. Voor de eigen bijdrage voor een pruik bestaat dus recht op bijzondere bijstand. Als het besparingsmotief wordt aangevoerd om een verzoek om bijzondere bijstand af te wijzen zal dan ook steeds moeten worden gemotiveerd waaruit de besparing bestaat. De keuze van belanghebbende Het kan voorkomen dat de belanghebbende een voorziening kiest die duurder is dan de door de verzekering vergoede voorziening, waardoor een deel van de kosten voor eigen rekening blijft. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij hoortoestellen. De vergoeding die de zorgverzekeraar voor een hoortoestel verstrekt dekt de kosten van een hoortoestel. Als een belanghebbende voor een duurder toestel kiest, kan hij deze duurdere keuze niet afwentelen op de bijstand en zal hij de kosten ervan zelf moeten dragen. Dit is alleen anders als er een medische reden is voor het dragen van een duurder toestel. De medische noodzaak van dit duurdere toestel dient dan wel door een onafhankelijke deskundige (arts) te zijn vastgesteld. Aanvullende verzekering Om belanghebbenden te motiveren zich tegen regelmatig voorkomende kosten die echter niet in het basispakket zijn opgenomen (bijvoorbeeld tandartskosten) te verzekeren is er uitdrukkelijk gekozen voor het voeren van zogenaamd begunstigend buitenwettelijk beleid. Dit buitenwettelijke beleid is uitgewerkt in de als bijlage bij de Beleidsplan opgenomen Richtlijn. Om het gebruik van een aanvullende / tandartsverzekering te stimuleren is daarvoor een tegemoetkoming mogelijk van € 100,00 per volwassene per jaar. Als de werkelijke kosten lager liggen dan wordt de bijzondere bijstand afgestemd op die kosten. Aanvragen is pas mogelijk als de kosten gedurende het hele jaar gemaakt zijn en kan tot 1 juli van het daaropvolgende jaar. Als men niet het gehele jaar voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van bijzondere wordt de tegemoetkoming slechts verstrekt over de maanden waarin wel voldaan wordt aan de voorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel