Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Frequentie en deelnemers evaluatie- en beoordelingsgesprek

Onderdeel van Regeling jaargesprekken en personeelsbeoordeling

De manager maakt jaarlijks éénmaal voor iedere medewerker een beoordeling op, tenzij in het planningsgesprek of voortgangsgesprek andere afspraken worden gemaakt of bijzondere omstandigheden het noodzakelijk dan wel gewenst maken dat een beoordeling achterwege moet blijven. Er vindt in ieder geval geen beoordeling plaats wanneer het beoordelingstijdvak korter is dan 6 maanden en indien de organisatie heeft verzaakt een planningsgesprek te voeren. Bij een functiewisseling wordt de medewerker beoordeeld door de manager waaronder de medewerker gedurende het beoordelingstijdvak het langst heeft geressorteerd. De manager kan het voeren van het gesprek delegeren naar de operationeel leidinggevende, maar de manager blijft verantwoordelijk voor de beoordeling. Naast de bepalingen in het eerste lid, wordt bij de volgende situaties een beoordeling opgemaakt: ter onderbouwing van een te nemen beslissing over een mogelijke omzetting van een tijdelijke aanstelling bij wijze van proef in een vaste aanstelling; ter onderbouwing van een te nemen beslissing over een mogelijke bevordering naar functie- of uitloopschaal; ter onderbouwing van een te nemen beslissing in het kader van flexibele beloning, voorzover het niet gaat om een employabilitytoelage of het toekennen van een gratificatie of een attentie; ter onderbouwing van een te nemen beslissing over het niet toekennen van een periodieke salarisverhoging of het niet bevorderen naar functie- of uitloopschaal; wanneer daartoe naar de mening van de beoordelaar aanleiding is; op verzoek van de medewerker.

Rechtspraak bij dit artikel