In het evaluatiegesprek evalueren de beoordelaar en de medewerker de ontwikkeling van de voor de functie geldende competenties en de werkresultaten (zowel individueel- als teamresultaat), alsmede andere afspraken welke zijn neergelegd in het formulier planningsgesprek en eventueel nader zijn ingevuld, aangevuld of bijgesteld in het voortgangsgesprek.
De beoordelaar beoordeelt de medewerker op twee aspecten: kwaliteit en kwantiteit van het werk en (onderdelen van) het competentieprofiel. Voor beide aspecten geeft de beoordelaar een score van minimaal 1 en maximaal 5 punten.
Artikel 14.
Procedure evaluatie- en beoordelingsgesprek
Onderdeel van Regeling jaargesprekken en personeelsbeoordeling