Indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit waarbij aan hem een maatregel als bedoeld in de artikelen 8, 10 en 11 is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde maatregelwaardige gedraging of een maatregelwaardige gedraging die behoort tot dezelfde categorie als bedoeld in artikel 8, leidt dit telkens tot een verdubbeling van de duur van de maatregel. Dit onverminderd het gestelde in lid 2.
Indien uit de houding en gedragingen van belanghebbende blijkt dat hij ook na het opleggen van een maatregel als bedoeld in lid 1 niet bereid is om zijn verplichtingen na te komen heeft het college de bevoegdheid om bij een daarop volgende recidive binnen de termijn als bedoeld in lid 1 een maatregel op te leggen van één maand met een percentage als bedoeld in artikel 8 dat behoort tot een categorie die naast hoger is dan de categorie waartoe de maatregelwaardige gedraging behoort. Bij een daar weer op volgende recidive binnen de termijn als bedoeld in lid 1 wordt de duur van de maatregel verdubbeld en wordt het percentage toegepast van de categorie die naast hoger is dan de categorie waartoe de maatregelwaardige gedraging behoort.
Uit de aard van het nalaten zoals beschreven onder artikel 8 lid 2 volgt dat er geen sprake kan zijn van recidive. Bij herhaling dient het handelen of nalaten te worden gekwalificeerd op grond van het gestelde in artikel 8 lid 4.
Het handelen of nalaten van belanghebbende bepaalt of er sprake is van recidive en wordt ten uitvoer gelegd op de norm zoals die geldt voor belanghebbende. Dit geldt niet voor gehuwden.
Indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit waarbij aan hem een maatregel als bedoeld in artikel 9 is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een maatregelwaardige gedraging als bedoeld in artikel 9 wordt een maatregel opgelegd voor de duur van twee maanden.
In het kader van recidive wordt een besluit als bedoeld in artikel 6 lid 3 gelijk gesteld met een het besluit om een maatregel op te leggen als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 en 11 van deze verordening.