Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel Wel of niet verhuren

Artikel Wel of niet verhuren

Onderdeel van Beleidsnota Gemeenschapshuizen

De vraag "wel of niet verhuren" kan gesteld worden in de relatie eigenaar-exploitant en in de relatie exploitant-gebruiker. Van de drie gemeenschapshuizen die eigendom van de gemeente zijn, worden er twee (d'n Aord en d'n Anloôp) formeel en feitelijk gratis beschikbaar gesteld aan de beherende instellingen en die stellen de ruimte in principe ook gratis beschikbaar aan plaatselijke verenigingen voor de uitvoering van verenigingsactiviteiten. Eén gemeenschapshuis (den Herd) wordt formeel verhuurd, maar feitelijk toch gratis beschikbaar gesteld aan de beherende instelling, omdat tegenover de bedongen huursom een even groot bedrag aan subsidie wordt verleend. De gebruikers moeten in dit geval altijd een vergoeding betalen voor het gebruik van een zaal. Hier is sprake van belaste verhuur. Dat brengt met zich mee dat als voorheffing betaalde btw in aftrek kan worden genomen. Den Herd pleit er voor, die situatie te handhaven, omdat dit als gunstig ervaren wordt in de bedrijfsvoering. Door de afdeling Fi wordt nog een onderzoek ingesteld naar de mogelijke voordelen van belaste verhuur en de toepasbaarheid van die regeling voor de andere gemeenschapshuizen. In de relatie eigenaar-exploitant, is er eigenlijk geen sprake van een probleem dat om harmonisatie vraagt. Alleen voor de beeldvorming - de realisering van eenvormigheid - verdient harmonisatie aanbeveling. Voor de beeldvorming maakt het niet uit of de harmonisatie wordt bewerkstelligd door overal huur te vragen, of door nergens huur te vragen. Zo lang er geen duidelijkheid bestaat over het btw-vraagstuk, wordt er geen verandering gebracht in de bestaande praktijk. Dat betekent dat Den Herd verhuurd blijft en D’n Aord en D’n Anloôp om niet in gebruik blijven. Als verhuur geen aantoonbaar voordeel oplevert, zal ook bij Den Herd worden overgegaan tot ingebruikgeving om niet. STELLING / BESLISPUNT: In de relatie eigenaar-exploitant worden in principe de gemeenschapshuizen die eigendom van de gemeente zijn, om niet beschikbaar gesteld, tenzij uit nader onderzoek blijkt dat er aantoonbare voordelen te behalen zijn door te verhuren. In de relatie exploitant-gebruiker is er wel sprake van een probleem dat om harmonisatie vraagt. In Den Herd en Zaal Hooijen moeten de gebruikers huur betalen voor het gebruik van een zaal. In de andere gemeenschapshuizen niet, als het om normale verenigingsactiviteiten gaat. De Stichting Netersels Belang signaleert dat de voorwaarde om huur te betalen in dorpshuis Zaal Hooijen, verenigingen soms aanleiding geeft om activiteiten elders te organiseren. Den Herd signaleert dergelijke problemen niet. Waar wij als gemeente tegenaan lopen, is het gegeven dat verenigingen in Bladel en Netersel huur betalen voor hun zaalaccommodatie en gelijksoortige verenigingen in Hoogeloon, Hapert en Casteren, niet. Dat leidt tot ongelijke lasten voor verenigingen die verder sterke overeenkomsten vertonen. Hierdoor ontstaat in een aantal gevallen de noodzaak om bij de subsidiëring aparte regelingen te treffen voor de verenigingen die huur moeten betalen voor de zaalaccommodatie waar ze gebruik van maken bij de uitvoering van hun activiteiten. De "voordeligste" oplossing voor de gemeente, is een verplichting opleggen aan alle gemeenschapshuizen om huur in rekening te brengen voor het gebruik van zalen. Alle gebruikers dragen dan bij in de accommodatiekosten, terwijl niet alle gebruikers in aanmerking komen voor subsidie in (een deel van) die lasten. Tegen een dergelijke verplichting bestaat echter grote weerstand bij de gemeenschapshuizen in Hoogeloon, Hapert en Casteren. Om de autonomie van de beherende instellingen niet al te zeer aan te tasten, kan er in deze variant voor gekozen worden om de instelling niet te verplichten om in alle gevallen huur te vragen, maar om bij de bepaling van het subsidiebudget uit te gaan van een forfaitaire huuropbrengst. Bijvoorbeeld een vast bedrag van NLG 12,50 per dagdeel dat een zaal in gebruik is. Aan de hand van de bezettingsgraad die in de inventarisatiefase door de beherende instellingen is verstrekt kan de forfaitaire huuropbrengst bepaald worden. * Den Herd 2194  x / 12,50 = / 27.425 * D'n Aord 974  x / 12,50 = / 12.175 * Den Tref 2100  x / 12,50 = / 26.250 * D'n Anloôp 1500  x / 12,50 = / 18.750 * Hooijen 264 x / 12,50 = /   3.300 Ook een goede oplossing kan gevonden worden door in alle gemeenschapshuizen het betalen van huur voor verenigingsgebruik af te schaffen. Dat stuit echter op weerstand bij Den Herd. Die instelling ziet met een dergelijke maatregel een flink bedrag aan inkomsten verdwijnen. Bovendien speelt het heffen van huur kennelijk een rol in de btw-sfeer. Welke betekenis de btw-regels hebben voor de exploitatie van de gemeenschapshuizen, wordt door de afdeling FI nog nader onderzocht. Voorstelbaar is, dat een eventueel besluit om geen huur meer te vragen, aanleiding geeft tot correcties op in voorgaande jaren verrekende btw. Duidelijk is in elk geval dat er van harmonisatie geen sprake kan zijn als met de voorkeuren van alle betrokken partijen rekening gehouden wordt. De optie om de bestaande situatie in stand te laten, waarbij in twee gemeenschapshuizen huur betaald moet worden door verenigingen en in drie gemeenschapshuizen sprake is van gratis gebruik door verenigingen, komt niet tegemoet aan de wens tot harmonisatie. De optie "bij alle gemeenschapshuizen huur vragen" kent de volgende voor- en nadelen: VOORDELEN NADELEN -   het levert inkomsten op voor de beherende instelling -   het maakt in zeker opzicht inbreuk op de beleidsvrijheid van de beherende instellingen die nu geen huur vragen -   het levert voor de gemeente mogelijk financieel voordeel op, omdat ook niet-gesubsidieerde gebruikers huur betalen, waardoor het exploitatietekort van de beherende instelling omlaag gaat en (dus) het subsidiebudget op een lager niveau kan worden bepaald -   het brengt lasten teweeg voor de gebruikers -   de gemeente zal mogelijk in een aantal gevallen gebruikers moeten subsidieren om de lasten draaglijk te maken -   het kan leiden tot subsidie-aanvragen van gebruikers die nu geen beroep op de gemeente doen -   de mogelijke financiële effecten zijn niet eenvoudig in te schatten -   gebruikers worden zich (meer) bewust van het feit dat de accommodatie de gemeenschap geld kost en dat zij als gebruiker daar een bijdrage in moeten leveren -   sluit aan op principes als bedrijfsmatig werken, kosten zichtbaar maken, geen versluierde subsidies verstrekken -   sluit aan op de systematiek die in vergelijkbare sectoren wordt gehanteerd (bijv. sportaccommodaties) -   omdat in de praktijk voor zalen van verschillende grootte en met uiteenlopende faciliteiten een gedifferentieerd tarievenstelsel te verwachten is, kan er sprake zijn van een gevoel van blijvende ongelijkheid ondanks de invoering van gebruikerstarieven in alle gemeenschapshuizen -   de mogelijkheid bestaat dat verenigingen de gemeenschapshuizen gaan mijden vanwege de kosten -   in drie van de vijf gemeenschapshuizen moet een beleidswijziging worden doorgevoerd -   de acceptatie van de beleidswijziging zal mogelijk bij de gebruikers problemen opleveren De optie "in geen van de gemeenschapshuizen huur vragen" kent de volgende voor- en nadelen: VOORDELEN NADELEN - voor gebruikers worden geen financiële belemmeringen opgeworpen om van de ruimte in gemeenschapshuizen gebruik te maken - het maakt in zekere zin inbreuk op de beleidsvrijheid van de beherende instellingen die nu wel huur vragen - (enkele) beherende instellingen derven inkomsten - de gemeente hoeft zich niet bij elke afzonderlijke gebruiker af te vragen of het nodig is in het subsidiebudget rekening te houden met huurlasten - de gemeente zal de beherende instellingen via het subsidiebudget moeten compenseren voor de inkomstenderving - het financiële effect van het ruimtelijk voorwaardenscheppend beleid dat gestalte krijgt in de instandhouding van gemeenschapshuizen, komt op één functionele post in de begroting tot uiting - de gemeente wordt mogelijk aangesproken door verenigingen die voor de uitvoering van hun activiteiten aangewezen zijn op andere accommodaties dan gemeenschapshuizen en daarvoor wel huur verschuldigd zijn - de acceptatie van de maatregel om geen huur te vragen, zal gebruikers niet moeilijk vallen - sluit niet aan bij principes als bedrijfsmatig werken, kosten zichtbaar maken, niet werken met versluierde subsidies - slechts in twee van de vijf gemeenschapshuizen moet een beleidswijziging worden doorgevoerd - sluit niet aan bij de praktijk die voor accommodaties in aanpalende sectoren wordt toegepast (bijv. sportaccommodaties) - de financiële effecten van de maatregel zijn redelijk in te schatten - kan tot nadelige gevolgen in de btw-sfeer leiden STELLING / BESLISPUNT: In de relatie exploitant-gebruiker wordt de beherende instelling geacht aan de gebruikers huur in rekening te brengen voor het gebruik van de zalen. Ongeacht het feitelijke beleid dat de beherende instellingen daarin voeren, wordt bij de bepaling van het subsidiebudget rekening gehouden met een forfaitaire huuropbrengst.

Rechtspraak bij dit artikel