**1..** Een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 23, lid 1, moet
worden ingediend bij burgemeester en wethouders en moet de volgende
gegevens bevatten:
**a..** een kadastrale kaart waarop de exacte plangebiedbegrenzing voor de
ontwikkeling staat aangegeven;
**b..** de aard van de ontwikkeling: sloop en nieuwbouw, nieuwbouw op
onbebouwd terrein of gedeeltelijke sloop en gedeeltelijke nieuwbouw;
**c..** de diepte van de diepste verstoring;
**d..** een rapportage van archeologisch vooronderzoek conform de vigerende
KNA;
**e..** een Programma van Eisen (PvE);
**f..** een Plan van Aanpak (PvA);
**g..** informatie over uitgevoerde bodemverstorende activiteiten of
mogelijke belemmeringen bekend van het plangebied.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen ter beoordeling van de aanvraag om
ontheffing nadere gegevens van de aanvrager verlangen.
**3..** Uit de aanvraag om ontheffing moet duidelijk blijken wat de
bestaande en de door de aanvrager gewenste situatie is.
**4..** Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om ontheffing
binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen de in het vierde lid genoemde
termijn met ten hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager
daarvan kennis geeft binnen de in het eerste lid genoemde
termijn.
**6..** Bij het niet in behandeling nemen van de aanvraag vanwege
onvolledigheid is artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht van
toepassing.
**7..** In geval van een aanvraag om een ontheffing vragen burgemeester en
wethouders advies aan de aangewezen deskundige op het gebied van de
gemeentelijke archeologische monumentenzorg waar het bodemingrepen
betreft.