Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt
of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen
laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn
aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe,
indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
artikel 16 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
vergunning als bedoeld in artikel 16;
de weigering van het bevoegd gezag een ontheffing als bedoeld in
artikel 23 te verlenen in het belang van de archeologische
monumentenzorg;
de voorschriften die in het belang van de archeologische
monumentenzorg door het bevoegd gezag verbonden aan een
ontheffing als bedoeld in artikel 23;
de door het college nader te stellen voorschriften die in het
belang van de archeologische monumentenzorg aan het
desbetreffende besluit zijn verbonden onder a.
een aanwijzing als bedoeld in artikel 21, lid 1 en artikel
27.
Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de
verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van
artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige
toepassing.
Hoofdstuk 7
Artikel 26
Tegemoetkoming in schade
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Moerdijk 2014