Géén subsidie in gevolge deze verordening wordt verstrekt:

  • - indien de instandhoudingskosten naar het oordeel van burgemeester en wethouders, niet geacht kunnen worden in redelijke verhouding te staan tot de gewenste instandhouding;
  • - indien instandhouding noodzakelijk is geworden door een aan de eigenaar verwijtbare nalatigheid in groot onderhoud, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders;
  • - indien met de instandhoudingswerkzaamheden een aanvang is gemaakt voordat op een aanvraag om een subsidie is beslist;
  • - voor monumenten, die zijn geregistreerd in het register als bedoeld in artikel 3.3, van de Erfgoedwet 2016;
  • - in gevallen van brand- en/of stormschade, voor zover de schade in de kosten van onderhoud door een verzekeringsuitkering wordt gedekt;
  • - in geval van instandhouding zonder voorafgaand overleg en in overeenstemming met de gemeente, alsmede in afwijking van de gestelde voorwaarden;
  • - indien het subsidieplafond als bedoeld in artikel 4 wordt bereikt. Aanvragen die worden afgewezen in verband met het bereiken van het subsidieplafond wordt géén prioriteit geboden voor daaropvolgende jaren.