**1..** Niet tot het netto inkomen als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder 1
wordt gerekend:
a. inkomsten op grond van de Algemene Kinderbijslagwet;
b. inkomsten op grond van de Huursubsidiewet;
c. een woonkostentoeslag op grond van de wet;
d. uitkeringen en vergoedingen ten behoeve van de aanvrager c.q. de
leefeenheid voor specifieke, bij de aanvraag concreet aan te tonen
kosten;
e. inkomsten uit arbeid of uitkeringen op grond van de sociale
zekerheidswetgeving, waaronder een uitkering op grond van de wet, van
thuisinwonende personen van 18 jaar of ouder;
f. bij de aanvraag aanwezig vermogen als bedoeld in artikel 3, aanhef en
onder 5;
g. inkomsten uit vermogen van de aanvrager c.q. de leefeenheid, voor
zover dat vermogen niet meer bedraagt dan de toepasselijke
vermogensgrens als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder 5.
**2..** Inkomsten die, ingevolge artikel 31, lid 2 van de wet niet tot de
middelen behoren c.q. (gedeeltelijk) worden vrijgelaten worden, in het
kader van de toepassing van deze verordening, buiten beschouwing
gelaten.
Artikel 4