Naar hoofdinhoud
1.. Indien aan het bepaalde in artikel 3 wordt voldaan, bedraagt de bijdrage in de kosten van één of meer culturele, sportieve en/of culturele activiteiten: voor een leefeenheid maximaal € 140,00 per kalenderjaar; voor een alleenstaande maximaal € 70,00 per kalenderjaar. 2.. De bijdrage als vermeld in lid 1 wordt verhoogd met een bedrag van maximaal € 70,00 per kalenderjaar voor elk ten laste komend kind als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder j. 3.. Voor zover bij de aanvrager c.q. de leefeenheid in het desbetreffende kalenderjaar sprake is van kosten van bezoek aan een schouwburg wordt de bijdrage als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d tevens voor dat kalenderjaar verhoogd met 50% van de aantoonbaar gemaakte kosten, tot een maximum per persoon per kalenderjaar van: € 21,00 voor een seizoenskaart; € 7,00 per toegangskaart, op basis van maximaal 3 schouwburgbezoeken per kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel