Als een op het individu toegesneden voorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze alleen verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven,
tenzij de eerder verstrekte voorziening niet opzettelijk door eigen toedoen verloren is gegaan;
tenzij de veroorzaakte kosten worden betaald, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een adequate oplossing biedt in de ondersteuningsbehoefte.
Artikel 2.3 ziet toe op de situatie dat de voorziening volledig verloren is gegaan of het economisch gezien niet meer verantwoord is deze te repareren. De hoofdregel is dat een voorziening alleen kan worden verstrekt als deze is afgeschreven; hiervoor geldt minimaal de termijn genoemd in beleidsregel 2.2-5. Hierop zijn enkele uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld als de voorziening is vernield of beschadigd door derden. Er moet dan echter wel aangifte zijn gedaan bij de politie. Ook als de voorziening door eigen toedoen niet meer te gebruiken is, kan, als de schade door de ondersteuningsvrager wordt vergoed, opnieuw een voorziening worden verstrekt. Voor berekening van de schade zie beleidsregel 2.3-1.
Indien de voorziening niet langer adequaat is, zal opnieuw moeten worden beoordeeld of en in welke vorm ondersteuning moet worden geboden. In dat geval worden uiteraard geen kosten in rekening gebracht bij de ondersteuningsvrager.
Berekening schadebedrag
Beleidsregel 2.3-1De schade wordt, als de voorziening door eigen toedoen niet meer te gebruiken is, gesteld op:
-(10 jaar-x jaar)/10 jaar * nieuwwaarde van de voorziening die verloren is gegaan;
-de restwaarde (ook als de voorziening ouder is dan 9 jaar) is 10% van de nieuwwaarde.
Waarbij 10 jaar gelijk is aan de afschrijvingstermijn die gehanteerd wordt bij het volledig verloren gaan van de voorziening en x gelijk is aan het aantal volle jaren dat verstreken is vanaf de aanschaf van de voorziening.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Aanvullende criteria
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2015