**1..** Deze verordening is van toepassing op:
Belanghebbenden van 21 jaar of ouder, maar jonger dan 65 jaar, die niet in een inrichting verblijven;
Als het de bijstandsverlening betreft aan een samenlevingsverband in de zin van artikel 3 van de wet, is de verordening van toepassing indien beide partners 21 jaar of ouder, maar jonger dan 65 zijn.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Wet Werk en Bijstand
bijstandsnorm: de op grondvan paragraaf 3.2 van de wet op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3. van de wet, door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
norm: de normen als bedoeld in artikel 21 van de wet;
alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
gehuwde: een persoon die gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan;
kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;
ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;
gezin: de gehuwden tezamen, de gehuwden met de tot hun last komende kinderen en de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
woning: een woning, een woonwagen of een woonschip;
netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon tenminste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en het werknemersaandeel in de ziekenfondspremie;
co-ouderschap: een kind verblijft met een zodanige regelmaat beurtelings bij zijn ouders dat het niet mogelijk is de ene ouder meer als alleenstaande ouder aan te merken dan de ander.
co-ouder: de alleenstaande ouder, die de opvoeding en de kosten van de opvoeding van zijn minderjarige kind(eren) feitelijk deelt met de andere ouder van deze kind(eren) op de wijze als omschreven in de definitie van co-ouderschap.
uit huisgeplaatst kind: een ten laste komend kind dat doorgaans in een tehuis of instelling verblijft;
woonkosten:
- Indien het een huurwoning betreft: de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand gelden huurprijs als bedoeld in de Huursubsidiewet (HSW).
- Indien het een koopwoning betreft: de tot een maandbedrag omgerekende hypotheekrente, die is verschuldigd voor de financiering van de woning, en de in verband met het in eigendom van de woning te betalen zakelijke lasten.
**3..** Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad.
**4..** Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij is gehuwd.
**5..** Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
**6..** Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
zij met elkaar gehuwd zijn geweest of inde periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand eerder voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt;
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of;
zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Bereik en begripsomschrijving
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen