Naar hoofdinhoud

3. Procedure

Artikel Vooronderzoek

Artikel Vooronderzoek

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2015

Indien informatie en advies niet voldoende is, wordt de hulpvraag geregistreerd als melding en wordt de casus toegewezen aan één van de medewerkers van de kernpartners van het CJG. Deze medewerker treedt vervolgens op als casusregisseur. Het CJG verzamelt tijdens het vooronderzoek relevante gegevens die al bij de gemeente Steenwijkerland bekend zijn. Met als doel op een zo efficiënt mogelijke manier de onderzoeksfase in te gaan en te voorkomen dat jeugdige en/of zijn ouder(s) reeds bekende informatie opnieuw moet aanleveren. De toets op het woonplaatsbeginsel en zorggeschiedenis maken deel uit van het vooronderzoek. Bij het verzamelen van de gegevens wordt onder meer het gemeentelijk registratiesysteem jeugd en de verwijsindex risicojongeren geraadpleegd. Het CJG schat op basis van de melding en de gegevens van de jeugdige en/of zijn ouder(s) die al bij de gemeente bekend zijn in of en welke documenten de jeugdige en/of zijn ouder(s) nog moet aanleveren voor het onderzoek. Deze documenten worden genoemd in de bevestiging van de melding. Na afloop van het vooronderzoek bevestigt het CJG dat de melding is ontvangen. Hiervoor geldt in principe een termijn van 5 werkdagen na ontvangst van de hulpvraag. In de bevestiging wordt de volgende informatie opgenomen: De naam en de bereikbaarheidsgegevens van de contactpersoon. De rechten en plichten van de jeugdige en/of zijn ouder(s), waaronder in ieder geval: De jeugdige en/of zijn ouder(s) heeft de mogelijkheid om een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) daarom verzoekt, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. Dit familiegroepsplan vormt de basis voor het gesprek met de casusregisseur. In dit plan gaat de jeugdige en/of zijn ouder(s) in op onderwerpen die in paragraaf 3.3 van deze beleidsregels genoemd worden onder ‘wegingsfactoren’ en ‘verslaglegging’. Welke documenten de jeugdige en/of zijn ouder(s) moet aanleveren voor het onderzoek en binnen welke termijn. In alle gevallen dient de jeugdige en/of zijn ouder(s) een identificatiedocument ter inzage te verstrekken. Verder is er geen standaard pakket met documenten dat aangeleverd dient te worden; dit hangt af van de hulpvraag en de persoonlijke situatie van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Indien de jeugdige en/of zijn ouder(s) bepaalde documenten niet wil aanleveren, dan kan het vervolgproces voortgezet worden, maar dan heeft dit heeft wel consequenties voor de mate waarin er een zorgvuldige afweging kan worden gemaakt. Het vervolgproces: - de stappen uit het proces worden benoemd: onderzoek, aanvraag en beschikking. De casusregisseur maakt zo spoedig mogelijk met de jeugdige en/of zijn ouder(s) een afspraak voor een gesprek als onderdeel van de onderzoeksfase.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel