1.. Geen uitzicht op inkomensverbetering heeft:

  • - de belanghebbende die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op basis van volledige arbeidsongeschiktheid;
  • - de belanghebbende die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ die een ontheffing heeft gekregen van de arbeidsverplichtingen genoemd in artikel 9 lid 1 onder a en b of artikel 9 lid 2 van de Participatiewet en artikel 37a IOAW/IOAZ voor meer dan 6 maanden en waarbij artikel 3 sub c en d niet van toepassing is;
  • - die op grond van artikel 9a van de wet of artikel 38 IOAW/IOAZ een ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling heeft en waarbij artikel 3 sub c en d niet van toepassing is;
  • - de belanghebbende die op grond van artikel 6b van de wet danwel 4b van de IOAW/IOAZ medisch urenbeperkt is en waarop een vrijlating van inkomsten zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder z van de wet dan wel artikel 8 lid 7 van de IOAW en artikel 8 lid 11 van de IOAZ van toepassing is.

2.. Als in een andere situatie dan genoemd in lid 1 kan worden vastgesteld dat er sprake is van geen uitzicht op inkomensverbetering, behoudt het college zich het recht voor de aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag toe te kennen.