Eerste lid
Deze bepaling bevat de standaardverlagingen voor de vier categorieën van gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Tweede lid
Is er binnen één jaar na een eerste gedraging opnieuw sprake van een gedraging uit dezelfde categorie? Dan wordt het percentage van de verlaging verdubbeld. Onder ‘eerste verwijtbare gedraging’ wordt verstaan de eerste gedraging die aanleiding is geweest tot een verlaging. Hieronder valt ook het afzien van een verlaging wegens dringende redenen. De termijn van 12 maanden begint te lopen vanaf het moment waarop het verlagingsbesluit is bekendgemaakt.
Het kan voorkomen dat de uitkeringsgerechtigde afkomstig is uit een andere gemeente en op het moment van de verwijtbare gedraging nog geen 12 maanden in de gemeente Tytsjerksteradiel woont. Voor een juiste uitvoering van deze verordening wordt dan nagegaan of de vorige gemeente de uitkering eerder heeft verlaagd. Is dat het geval? Dan wordt nagegaan of deze gedraging ook bij de gemeente Tytsjerksteradiel zou hebben geleid tot een verlaging van de uitkering. Mocht dit zo zijn, dan is er sprake van herhaald verwijtbaar gedrag. De periode van verlaging van de uitkering wordt dan verdubbeld.
Derde lid
Is er binnen één jaar na een eerste verwijtbare gedraging sprake van herhaling van de verwijtbare gedraging genoemd in het eerste lid onder d ? Dan wordt de duur van de verlaging verdubbeld. Onder ‘eerste verwijtbare gedraging’ wordt verstaan de eerste gedraging die aanleiding is geweest tot een verlaging. Hieronder valt ook het afzien van een verlaging wegens dringende redenen. De termijn van 12 maanden begint te lopen vanaf het moment waarop het verlagingbesluit is bekendgemaakt.
Vierde lid
Volhardt de uitkeringsgerechtigde in dezelfde gedraging? Dan wordt de verlaging als genoemd in het tweede lid verdubbeld totdat de uitkeringsgerechtigde de tekortkoming herstelt. Met deze bepaling is aansluiting gezocht bij de Memorie van Toelichting bij artikel 18 WWB (TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 47-49). Het gaat dan om de derde en volgende gedragingen binnen 12 maanden. Deze bepaling is niet toepasbaar op gedragingen uit de vierde categorie.
De heroverweging, genoemd in artikel 8, is van toepassing indien de periode van de verlaging langer duurt dan drie maanden.
Vijfde lid
Deze bepaling regelt de schriftelijke waarschuwing en geeft de mogelijkheid om bij een eerste verwijtbare gedraging met een waarschuwing te volstaan. Uitgangspunt blijft echter dat verwijtbaar gedrag in beginsel een verlaging van de bijstand tot gevolg heeft. Wordt overwogen om met een waarschuwing te volstaan, dan moeten dit uitdrukkelijk worden gemotiveerd. Een waarschuwing bij een eerste gedraging is dus geen automatisme. Het zal in vrijwel alle gevallen gaan om relatief geringe gedragingen (met geen of weinig directe gevolgen) en/of van een geringe mate van verwijtbaarheid. De feitelijke gedraging moet wel worden omschreven in een waarschuwingsbeschikking en telt gewoon mee bij eventuele recidive. Om de gedraging mee te laten tellen in het kader van recidive moet in de beschikking duidelijk worden opgenomen dat het om een verwijtbare gedraging gaat, maar dat wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing.
Hoofdstuk
Artikel 11.