**1..** Wanneer een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 WWB of artikel 13 Ioaw niet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van de uitkering of de voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt met toepassing van artikel 18 lid 2 WWB of 20 lid 2 Ioaw een verlaging opgelegd van 5% van de norm, onverminderd artikel 2, tweede lid.
**2..** Het percentage van de verlaging, genoemd in het eerste lid, wordt verdubbeld wanneer de belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde gedraging. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 7, tweede lid en het geven van een schriftelijke waarschuwing zoals genoemd in het vierde lid van dit artikel.
**3..** Volhardt de belanghebbende binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is opgelegd in dezelfde gedraging, dan verdubbelt het college de verlaging als genoemd in het tweede lid. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 7, tweede lid en het geven van een schriftelijke waarschuwing zoals genoemd in het vierde lid van dit artikel.
**4..** Van het opleggen van de verlaging bedoeld in het eerste lid kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van een jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 12.