3.1 Inleiding
De AWBZ en ZVW indicaties zijn gebaseerd op een grondslag. De ‘oude’ Wet op de Jeugdzorg gaat uit van het recht op jeugdzorg. De Jeugdwet kent geen grondslagen en geen recht op jeugdzorg. In de Jeugdwet is de diagnose niet leidend. Er wordt vastgesteld wat de hulpvraag is en vervolgens wordt via het zogenaamde trechtermodel beoordeeld wat de aanvrager zelf of met hulp van de eigen omgeving kan oplossen, wat met voorliggende voorzieningen kan worden opgelost en tenslotte waarvoor individuele voorzieningen noodzakelijk zijn.
De taken worden niet alleen overgeheveld vanuit de AWBZ, ZVW en WJZ naar de Jeugdwet; er moet ook daadwerkelijk een transformatie plaats vinden. De opdracht aan gemeenten is om te onderzoeken hoe de bestaande vormen van jeugdhulp en jeudgzorg anders, dichterbij de client kunnen worden georganiseerd en nieuwe vormen van hulp en ondersteuning voor de diverse doelgroepen te ontwikkelen.
In de Jeugdwet vormt het gesprek (het onderzoek )de basis voor de verlening van jeugdhulp. Er is echter wel een aantal criteria te benoemen waaraan men moet voldoen.
3.2 In de Wet genoemde doelgroepen
In de Jeugdwet worden de volgende groepen jeugdigen genoemd als in aanmerking komend voor individuele voorzieningen op basis van de Wet:
jeugdigen en ouders die kampen met psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking, opvoedingsproblemen of adoptiegerelateerde problemen;
jeugdigen met somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperkingen, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem;
jeugdigen met een verstandelijke,lichamelijke of zintuigelijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking.
Uitgezonderd zijn groepen zoals omschreven in paragraaf 3.7.
3.3 In de Wet genoemde resultaten
Het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van een jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen.
Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking, een chronisch psychisch probleem of psychosociaal probleem.
Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking of een somatisch of psychiatrische aandoening of beperking.
3.4 Woonplaats
De gemeente is gehouden voorzieningen voor jeugdhulp te treffen voor jeugdigen en hun ouders die in de gemeente Sint-Michielsgestel wonen. Daarbij horen ook jeugdigen die onder voogdij van een Gecertificeerde instelling staan en in een instelling in de gemeente Sint-Michielsgestel wonen.
In de Jeugdwet zijn regels opgenomen inzake de verantwoordelijkheid van de gemeente voor het treffen van voorzieningen voor rechtmatig en niet rechtmatig in de gemeente verblijvende vreemdelingen.
3.5 Leeftijd
De Jeugdwet is van toepassing op jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. In bepaalde gevallen, opgenomen in artikel 1.1 van de Jeugdwet, onder “jeugdige” onderdelen 2 en 3, kan jeugdhulp verleend worden na het 18e jaar, in de meeste gevallen tot uiterlijk 23 jaar.
3.6 Voorliggende voorzieningen
Algemene voorzieningen
Wanneer blijkt dat jeugdigen en/of hun ouders niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kunnen komen, wordt beoordeeld of er zogenaamde algemene voorzieningen zijn die de problemen die jeugdigen en ouders ervaren (gedeeltelijk) kunnen oplossen. Algemene voorziening is een breed begrip. Het betreft voorzieningen waar iedereen, zonder indicatie of andere vorm van toegang, gebruik van kan maken. Algemene voorzieningen kunnen commerciële diensten zijn maar ook diensten zonder winstoogmerk, zoals sportclubs of jeugdactiviteiten in de buurt. Ook maatschappelijk werk, schuldhulpverlening, GGD, Welzijnswerk, Jongerenwerk behoren tot de algemene voorzieningen.
Jeugdigen en hun ouders komen niet in aanmerking voor een individuele voorziening of voor overige voorzieningen indien er een algemene voorziening is die:
daadwerkelijk beschikbaar is voor de jeugdige en/of de ouder;
financieel gedragen kan worden door het gezin. Het college beoordeelt of het gezin in redelijkheid de algemene voorziening kan betalen (op basis van het Minimabeleid van gemeente Sint-Michielsgestel, dat onder regie van Optimisd wordt vastgesteld). Het is vervolgens aan de ouders om dit te weerleggen. De ouders moeten aannemelijk maken dat de algemene voorziening financieel niet gedragen kan worden;
passend een toereikend is voor de jeugdige en/of de ouder.
Overige voorzieningen
De medewerkers van het BJG kunnen in beperkte mate ook zélf hulp verlenen. Met gerichte inzet kunnen zij wellicht in een korte periode zoveel betekenen dat daarmee de inzet van een individuele voorziening voorkomen of beperkt kan worden.
Daarnaast kunnen de medewerkers van het BJG en een aantal basisprofessionals flexibele jeugdhulp inzetten: dat zijn vormen van gespecialiseerde jeugdhulp waarvoor géén verleningsbeschikking, maar wel een verwijsdocument, vereist is.
Er moet in elke individuele situatie worden beoordeeld of de voorliggende voorziening toereikend en passend is. Is dit niet het geval, dan zal alsnog een (aanvullende) individuele jeugdhulpvoorziening worden geboden. Indien jeugdigen en/of hun ouders geen gebruik wensen te maken van een beschikbare voorliggende voorziening kan dat niet automatisch leiden tot het verlenen van een individuele voorziening.
3.7 Voorliggende voorzieningen op grond van andere wet- of regelgeving
Wlz, ZVW en Beginselenwet JI
Voorliggend op de Jeugdwet is een voorziening/dienst op grond van een andere wettelijke regeling, zoals Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (ABWZ) of de deze wet vervangende Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet of Beginselenwet Justitiële jeugdinrichtingen. Jeugdigen die gebruik kunnen maken van voorzieningen in het kader van deze genoemde regelingen kunnen geen aanspraak maken op jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet. Indien dit het geval is, zal er op grond van de Jeugdwet geen voorziening worden verstrekt en zullen ouders en kinderen die een aanvraag voor jeugdhulp doen worden verwezen naar de instantie waar een aanvraag voor een voorziening op basis van de voornoemde wetten kan worden behandeld.
De gemeente maakt met zorgverzekeraars afspraken over samenwerking en afstemming.
Afbakening Wmo en Jeugdwet
Begeleiding, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging voor jeugdigen tot en met 18 jaar zijn in de Jeugdwet ondergebracht. De hulpmiddelen en rolstoelen voor jeugdigen blijven onder de Wmo vallen. Hiervoor mag geen bijdrage in de kosten worden gevraagd. Woningaanpassingen voor jeugdigen onder de 18 jaar, die thuis blijven wonen, blijven ook onder de Wmo vallen. Hiervoor mag wél een bijdrage in de kosten aan de ouders worden gevraagd.
Aangezien de gemeente zélf verantwoordelijk is voor zowel de uitvoering van de Jeugdwet als van de Wmo, is het mogelijk ervoor te zorgen dat jeugdigen die zowel vóór als ná hun 18e verjaardag hulp nodig hebben, geen last hebben van de overgang naar een ander wettelijk kader. Het BJG, ST en WegWijs zullen hier goede afspraken over maken.
(Wettelijke) voorliggende voorzieningen in geval van Begeleiding
Dit zijn (wettelijke) voorzieningen waar eerst een beroep op kan worden gedaan alvorens individuele voorziening “begeleiding” wordt overwogen:
Onderwijs: begeleiding van leerlingen met schoolgerelateerde problematiek is de verantwoordelijkheid van school. Tevens zijn er mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Alleen in uitzonderlijke situaties; als toezicht en aansturen meer vraagt dan van school en ouders kan worden verwacht en de mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs ontoereikend zijn kan begeleiding zijn geïndiceerd.
Kinderopvang en buitenschoolse opvang: kinderopvang is verantwoordelijkheid van ouders, werkgever en overheid.
Kinderopvang is ook voor kinderen met een beperking voorliggend en het leren omgaan van leidsters met kind met een beperking is gebruikelijke hulp van ouders. Alleen in uitzonderlijke situaties als een kind extra begeleiding nodig heeft die niet door leidsters kan worden geboden en niet van ouders kan worden verwachten, kan begeleiding worden geïndiceerd.
3.8 Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten , die “normaal” wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben.
Hulp en ondersteuning door de ouder, volwassen inwonend kind of andere volwassen huisgenoot wordt als gebruikelijke hulp beschouwd:
in kortdurende situaties (max. 3 maanden): als uitzicht op herstel (van de zelfredzaamheid) dusdanig is dat begeleiding daarna niet meer nodig zal zijn;
in langdurige situaties:
bij normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek huisarts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes);
het leren omgaan van derden (familie/vrienden/leerkracht etc.) met het kind;
ouderlijk toezicht op kinderen, de aard en mate hiervan is afhankelijk van de leeftijd van het kind;
het bieden van een beschermende woonomgeving aan kinderen ten minste t/m de leeftijd van 17 jaar.
Besluit : Alleen wanneer er sprake is van een langdurige situatie waarbij de intensiteit en de omvang van de benodigde hulp, in vergelijking tot gezonde kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel, substantieel wordt overschreden is er sprake van bovengebruikelijke hulp en kan een individuele voorziening worden ingezet.
3.9 Verantwoordelijkheden belanghebbende versus college
In de verordening wordt uitgebreid de verantwoordelijkheid van het college en de verantwoordelijkheid van belanghebbende benoemd. In de Jeugdwet wordt uitgegaan van wederzijdse inspanningen van zowel gemeente als belanghebbende. Er wordt zowel een beroep gedaan op de gemeente om zeer uitgebreid alle mogelijkheden om tot oplossingen te komen te onderzoeken, als op de eigen kracht van de belanghebbende van wie wordt verwacht eerst zelf naar oplossingen te zoeken voordat bij de gemeente om ondersteuning wordt gevraagd.