Naar hoofdinhoud

Artikel Zorgvuldige omgang met de historisch gegroeide verkaveling en korrelgrootte en de positie daarvan in de stedenbouwkundige structuur

Artikel Zorgvuldige omgang met de historisch gegroeide verkaveling en korrelgrootte en de positie daarvan in de stedenbouwkundige structuur

Onderdeel van AANVULLING WELSTANDSNOTA 2008 WELSTANDSKADER VOOR DE BINNENSTAD VAN GRONINGEN

In de 11e eeuw legde men een rechthoekig stratenplan aan. De straten omsloten grote, voornamelijk noord-zuid gerichte blokken. Deze blokken kennen een complexe ontwikkeling van grootschalige boerenkavels naar steeds compactere stedelijke kavels. Eerst deelde men een groot deel van de stad op in brede en diepe kavels. Het gebeurde volgens een strak patroon evenwijdig aan en haaks op het stratenplan. Op de kavels bouwde men aanvankelijk boerderijen. Vanaf de 13e eeuw verrezen er stenen huizen, meest diephuizen en enkele dwarshuizen. Eigenaren splitsten de kavels en voegden meer bebouwing toe. Dit was een geleidelijk proces. Achter de huizen bouwde men achterhuizen met binnenplaatsen. De bebouwing langs de straten raakte uiteindelijk aaneengesloten. Er ontstond een patroon van gesloten bouwblokken en straatwanden. Hier en daar zette op binnenterreinen de splitsing in kleinere kavels niet door. Dit hangt samen met de vestiging van kloosters, kerken en (in latere tijd) bestuursgebouwen op deze binnenterreinen. De overwegend fijnmazige verkavelingsstructuren[2] liggen er nog altijd. De pandsgewijze ontwikkeling leverde het kenmerkende, gevarieerde beeld van de binnenstad op. [2] Verkavelingsstructuur: zie 5. Begrippen De huizen in de stad zijn meestal over de gehele breedte van de kavel gebouwd. De breedte van de kavels bepaalt de breedte van de gevels aan de straat. Deze pandsgewijze breedtemaat noemen we de korrel[3]. De korrels aan het Hoge der A zijn groter dan gemiddeld, die aan de Folkingestraat zijn kleiner dan gemiddeld. Soms zijn de korrels veel groter, bijvoorbeeld bij historische kavels van kloosters en kerken. [3] Korrel: zie 5. Begrippen Kleine verschillen in de korrels binnen één straat zijn er altijd geweest. Daarnaast verschillen de panden onderling in hoogte. Dit zien we terug in de gevels van de panden; onderling en per gevel verschillen de hoogtes van gebouwen, verdiepingen, ramen en plinten[4]. De korrels en de (vaak kleine) differentiatie hierin en de differentiatie in de hoogte van de panden zijn essentieel voor het karakter van de straatwand. Iedere straat heeft zijn eigen karakteristiek. De historisch gegroeide verkavelingsstructuur is een belangrijke basis, waarop de stad zich transformeert. Op veel plaatsen is deze nog aanwezig in de vorm van vaak honderden jaren oude bouwmuren tussen de panden. [4] Plint: zie 5. Begrippen De ambitie van de gemeente is de historisch gegroeide verkavelingsstructuren en korrelgroottes zo veel mogelijk te behouden. De gemeente wil een zorgvuldige omgang met de positie hiervan in de stedenbouwkundige structuur. Soms is er vraag naar het samenvoegen van kavels ten behoeve van grotere functies. Het bestemmingsplan laat dit niet zomaar toe. Historisch belangrijke structuren en bouwdelen moeten in principe blijven bestaan. Als kavels worden samengevoegd, moet de oorspronkelijke verkavelingsstructuur zichtbaar zijn in de stedenbouwkundige structuur en de gevel van het bouwplan. De oorspronkelijke korrels moeten zichtbaar blijven. De voor een bouwplan gemaakte keuzes moeten worden gemotiveerd in de bouwaanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel