Het college kan bij gedragingen uit de tweede categorie zoals
bedoeld in 27 sub b en 29 sub b van deze verordening, in plaats van
een verlaging, een waarschuwing opleggen indien, ter beoordeling van
het college, de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid
en de omstandigheden waarin belanghebbende verkeert daartoe
aanleiding geven.