Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een landschapscamping te exploiteren. 2.. Het college kan maximaal 5 vergunningen verlenen voor het exploiteren van een landschapscamping. 3.. Het college verleent slechts een vergunning als bedoeld in het eerste lid indien: de aanvraag voldoet aan de criteria ten aanzien van landschapscampings zoals bepaald in het bestemmingsplan Buitengebied en er sprake is van een goede landschappelijke inpassing die voldoet aan de in het bestemmingsplan Buitengebied vastgelegde eisen, en twee bufferputten zijn aangelegd met een capaciteit van ieder tenminste 2 m³, en door verlening van de vergunning het in het tweede lid genoemde aantal niet wordt overschreden, en indien aan de aanvrager reeds een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2, eerste lid, deze wordt ingetrokken op het moment van feitelijke ingebruikname van de landschapscamping. 4.. Het college beslist op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 5.. De aanvraag wordt aangehouden vanaf het moment dat het college besluit toepassing te geven aan de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a van de Wet ruimtelijke ordening, tot het moment dat besloten is het bestemmingsplan te wijzigen, of, indien zodanige wijziging is geweigerd, binnen 6 weken na de weigering geen beroep is ingesteld dan wel, indien zodanig beroep wel is ingesteld, tegen het besluit tot weigering tevens een verzoek om voorlopige voorziening is ingesteld en dat verzoek is afgewezen. 6.. Artikel 2, vijfde tot en met elfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel