Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 21

Hoogte van de boete

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Heerenveen

1.. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting bedoeld in artikel 17, lid 1 van de Participatiewet, artikel 17, lid 1 van de IOAW, artikel 17, lid 1 van de IOAZ of de verplichtingen bedoeld in artikel 30 c, lid 2 en 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt het bestuur een bestuurlijke boete op, waarbij de hoogte van de boete als volgt wordt vastgesteld dan wel gematigd: 100% van het benadelingsbedrag als opzet is bewezen; 75% van het benadelingsbedrag als grove schuld is bewezen; 50% van het benadelingsbedrag in de overige gevallen; 25% van het benadelingsbedrag bij verminderde verwijtbaarheid. 2.. Het college stemt na toepassen van artikel 18, lid 1 de hoogte van de boete individueel af op de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de (financiële) omstandigheden van de betrokkenen(n). 3.. Bij recidive wordt op het boetebedrag van 150% van het benadelingsbedrag het boetepercentage toegepast als omschreven in het eerste lid en is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 4.. De hoogte van de bestuurlijke boete die is opgelegd met toepassing van artikel 18, lid 1 onder a bedraagt maximaal het bedrag voor een geldboete van de vijfde categorie zoals genoemd in artikel 23, lid 4, Wet van Strafrecht (2015: € 81.000). 5.. De hoogte van de bestuurlijke boete die is opgelegd met toepassing van artikel 18, lid 1 onder b, c, of d bedraagt maximaal het bedrag voor een geldboete van de derde categorie zoals genoemd in artikel 23, lid 4, Wet van Strafrecht (2015: € 8.100).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel