Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Kosten waarvoor een subsidie kan worden toegekend

Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening monumentale gebouwen, complexen en gebieden

1.. Het college kan de eigenaar van een monument een subsidie verlenen ten behoeve van kosten van restauratie, noodherstel of een haalbaarheidsonderzoek, dan wel voor bijzondere projecten. 2.. Subsidiabele kosten van restauratie zijn: het deel van de aanneemsom dat betrekking heeft op het herstel van (onderdelen van) het casco, alsmede onderdelen die de monumentale waarde van het pand mede bepalen, zoals decoratieve gevelelementen en stoepen, en interieuronderdelen, zoals betimmeringen, plafonds en schoorsteenmantels; de kosten van architect en constructeur, alsmede de kosten van toezicht en de kostenbewaking, voor zover deze betrekking hebben op de onder a bedoelde restauratiewerkzaamheden; de kosten die voortvloeien uit het herstel van onvoorziene bouwkundige gebreken die tijdens de restauratiewerkzaamheden worden geconstateerd, mits bijtijds gemeld en geaccordeerd, tot een maximum van 10% van de kosten zoals vermeld onder a en b; het deel van de legeskosten dat betrekking heeft op de onder a, b en c bedoelde subsidiabele kosten; de BTW over de onder a, b en c bedoelde subsidiabele kosten, voor zover deze niet bij de rijksbelastingen kan worden teruggevorderd. 3.. Subsidiabele kosten van noodherstel zijn: de kosten van het op sobere en doelmatige wijze waterdicht maken van daken, goten en raampartijen met het doel lekkage te voorkomen in de periode die vooraf gaat aan de restauratie van een pand; de kosten van stutten en inpakken, noodzakelijk om de standzekerheid van een pand te waarborgen in de periode die vooraf gaat aan de restauratie van een pand. 4.. Subsidiabele kosten van een haalbaarheidsonderzoek zijn de kosten van een technische opname, een schetsplan en een, door een architect op te stellen, gedetailleerde begroting. 5.. Subsidiabele kosten van bijzondere projecten zijn: de kosten voor een cultuurhistorisch onderzoek in het kader van herbestemmingsopgaven met bijbehorende rapportage waarin een waardering van de bijzondere waarden van het gebouw/complex/gebied is weergegeven; de kosten voor het opstellen van studiemodellen voor het hergebruik voor minimaal twee verschillende herbestemmingen (functioneel), uitgevoerd op het niveau van voorlopig ontwerp; kosten voor schriftelijke analyse(-s) van de gevolgen voor de beschreven cultuurhistorische waarden van het gebouw/complex/gebied in relatie tot de ontwikkelde studiemodellen. 6.. Het college kan nadere regels stellen voor het doen van cultuurhistorisch onderzoek in het kader van bijzondere projecten.

Rechtspraak bij dit artikel