**1..** Indien en zolang de werkgever met betrekking tot de werknemer niet in aanmerking komt voor een no-riskpolis op grond van de Ziektewet of artikel 7.2, eerste lid, biedt het college aan de werkgever een no-riskpolis aan die gedurende perioden dat de werknemer arbeidsongeschikt compenseert voor loonkosten die na aftrek van de loonwaardesubsidie voor rekening komen van de werkgever.
**2..** De compensatie bedoeld in het eerste lid is:
gedurende het eerste jaar dat een periode van arbeidsongeschiktheid duurt, gelijk aan het verschil tussen de loonkosten op het niveau van het wettelijk minimumloon en het niveau van de loonwaardesubsidie, en
gedurende het tweede jaar dat een periode van arbeidsongeschiktheid duurt, gelijk aan het verschil tussen de loonkosten op 70% van het niveau van het wettelijk minimumloon en het niveau van de loonwaardesubsidie,
een en ander naar rato van de arbeidsduur.
**3..** Het college betaalt de compensatie, bedoeld in het eerste lid, in beginsel maandelijks aan de werkgever uit.
**4..** Indien de werkgever in aanmerking komt voor een no-riskpolis krachtens de Ziektewet of gebruik maakt van het aanbod van een no-riskpolis, bedoeld in het eerste lid of artikel 7.2, eerste lid, wordt de subsidie, bedoeld in artikel 8.3, eerste lid, verlaagd met maximaal € 500 per jaar per dienstbetrekking. Artikel 8.3, tweede lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 8.4
No-riskpolis beschut werk
Onderdeel van Nadere regels bij de Re-integratieverordening Participatiewet