Artikel 4:116 van de Awb en artikel 14 van de wet gaat over de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
In aansluiting op artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het
beleid over:
de algemene regels over tenuitvoerlegging;
beslag op roerende zaken die geen registergoederen;
beslag op onroerende zaken;
beslag onder derden;
beslag op schepen.
14.1. Tenuitvoerlegging algemeen
Het dwangbevel levert een executoriale titel op. Na betekening aan de
belastingschuldige, kan de belastingdeurwaarder het dwangbevel met
toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke
rechtsvordering ten uitvoer leggen (zie artikel
4:116 Awb).
Als het dwangbevel per post is betekend moet de belastingdeurwaarder een
hernieuwd bevel tot betaling betekenen, voordat hij tot tenuitvoerlegging
van het dwangbevel overgaat (artikel 14,
eerste lid van de wet).
Als de betekening van het hernieuwd bevel tot betaling plaatsvindt conform
artikel 47 Rv - dat wil zeggen door achterlating van het bevel
in een gesloten envelop of door terpostbezorging van het bevel - gaat de
belastingdeurwaarder pas na twee dagen na betekening van het hernieuwde
betalingsbevel over tot tenuitvoerlegging (artikel 14,
eerste lid van de wet).
In de overige gevallen kan de belastingdeurwaarder onmiddellijk tot
tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaan. Betekening van een hernieuwd
bevel tot betaling hoeft overigens niet plaats te vinden als het dwangbevel
met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de
wet, terstond ten uitvoer kan worden gelegd (artikel 14,
tweede lid, van de wet).
14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen
De tenuitvoerlegging gebeurt op de voet van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering dat toelaat de verschillende mogelijkheden van
tenuitvoerlegging tegelijkertijd te benutten.
14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging
De tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde
belastingschuldige gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de
tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook wordt de nodige
soepelheid betracht. Dit brengt met zich mee dat de formeel voorgeschreven
handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt
wenselijk is eerst persoonlijk contact met de belastingschuldige op te
nemen.
In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet
dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt, als
hij vermoedt dat de ontvanger de beslagopdracht niet zou hebben gegeven als
alle omstandigheden bekend waren geweest.
Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling inmiddels
heeft plaatsgevonden of dat een verzoek om uitstel van betaling of
kwijtschelding, dan wel een verzoekschrift als genoemd in artikel 25.1.15 of
26.1.11 van deze leidraad, en de beslagopdracht elkaar hebben gekruist.
Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag,
wordt onverwijld tot uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd,
overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een
voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is dan wel
dat met de afdoening - gelet op de omstandigheden - naar het oordeel van de
ontvanger akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een
minnelijke afdoening moet passen in het in deze leidraad geformuleerde
beleid.
14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is
overleden
Als degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd, is overleden, gaat de
belastingdeurwaarder pas tot tenuitvoerlegging over nadat de termijn van
drie maanden als bedoeld in artikel 4:185
BW, is verstreken.
Als alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, kan de rechtbank
de termijn van drie maanden verlengen.
Als de nalatenschap wordt vereffend, kan de ontvanger gedurende de
vereffening zijn vordering niet op de nalatenschap verhalen.
14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslag
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde
zaken
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derden
Als de ontvanger voor een belastingschuld beslag heeft gelegd, gaat hij ook
over tot beslaglegging voor vorderingen van derden met gelijke rangorde,
waarvan de invordering aan hem is opgedragen, ongeacht de executiewaarde van
de inbeslaggenomen zaken.
14.1.7. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden
De ontvanger kan een beschikking afgegeven, die inhoudt dat voor een
openstaande belastingschuld geen invorderingsmaatregelen meer worden
getroffen wanneer alsnog een bepaald bedrag wordt voldaan dan wel dat aan
bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan.
De ontvanger heft de gelegde beslagen op nadat dit bedrag is betaald of aan
die voorwaarden is voldaan.
14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde
Als de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing
van het beslag, dan kan de ontvanger hieraan zijn medewerking verlenen als
ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het
vermogen van de belastingschuldige;
Het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst die
naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie;
De belangen van de gemeente worden niet geschaad.
De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde
belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken,
en hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden.
14.1.9. Opschorten van de executie
De belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van
beslag een verkoopdatum vast. Op deze datum vindt de openbare verkoop
plaats, tenzij de ontvanger ervan overtuigd is dat betaling van de
belastingschuld alsnog op zeer korte termijn zal plaatsvinden. In dat geval
kan de ontvanger besluiten de verkoopdatum op te schorten tot (in totaal)
maximaal vier maanden na de datum waarop het beslag is gelegd.
Als sprake is van beslag op roerende zaken, dan deelt de
belastingdeurwaarder de nieuwe verkoopdatum bij exploot aan de
belastingschuldige mee, tenzij deze nieuwe datum op grond van een
schriftelijke overeenkomst tussen de ontvanger en de belastingschuldige is
verschoven. Het opschorten van de verkoopdatum houdt op zich geen uitstel
van betaling in, in de zin van artikel 25 van
de wet.
14.1.10. Onderhandse verkoop
Als een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting
aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop,
dan kan de ontvanger kiezen voor een onderhandse verkoop.
De ontvanger moet hierbij rekening houden met de gerechtvaardigde belangen
van eventuele derde rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt.
De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden
ter opheffing van het beslag.
Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de
gemeente worden geschaad.
14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop
De ontvanger kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen:
een aangeboden bedrag ter opheffing van het beslag als bedoeld in
artikel 14.1.8 van deze leidraad;
een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 14.1.10 van deze
leidraad.
De ontvanger geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het
beslag; voorwaarde is dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is dan
die van een onderhandse verkoop.
14.1.12. Strafrechtelijk beslag
Als op een inbeslaggenomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex artikel 94
Sv rust - dat wil zeggen niet zijnde een beslag in het kader
van een ontnemingsmaatregel - dan wordt het beslag dat de
belastingdeurwaarder heeft gelegd pas vervolgd nadat het strafrechtelijke
beslag is opgeheven.
Zolang niet duidelijk is wat er met het strafrechtelijke beslag gebeurt, kan
het fiscale beslag blijven liggen.
14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving
De gemeente belemmert zo min mogelijk de strafrechtelijke sanctionering en
ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen.
In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en ontneming
van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van
invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de
ontvanger terughoudend op. Dit houdt in dat de ontvanger in beginsel niet
direct overgaat tot uitwinning van gelegd beslag tenzij hiermee de belangen
van de gemeente worden geschaad.
14.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken
Als de belastingdeurwaarder op het woonadres van de belastingschuldige
niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden met
gebruikmaking van artikel 444 Rv, dan blijft deze wijze van
tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege.
De belastingdeurwaarder laat in dat geval een schriftelijke kennisgeving
achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer op het woonadres
zal vervoegen.
Deze handeling blijft achterwege als een belastingschuldige het stelselmatig
hierop laat aankomen, dan wel van deze handelwijze misbruik wordt gemaakt of
op andere wijze het belang van de invordering zich tegen deze handelwijze
verzet.
14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zaken
Als het beslag wordt gelegd door een belastingdeurwaarder van een andere
gemeente dan het kantoor waar bij de betekening van het dwangbevel domicilie
is gekozen, dan wordt in het beslagexploot tevens domicilie gekozen ten
kantore van de gemeente waar de belastingdeurwaarder die het beslag legt
zijn standplaats heeft.
14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende zaken
Als de belastingschuldige ter voorkoming van beslaglegging aan de
belastingdeurwaarder aanbiedt om ter plekke te betalen, aanvaardt de
deurwaarder deze betaling.
Van de betaling wordt een kwitantie opgemaakt, waarvan een afschrift aan de
belastingschuldige wordt gelaten.
14.2.4. Omvang van het beslag op roerende zaken
Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als - naar het oordeel van de
belastingdeurwaarder - ruimschoots voldoende is voor dekking van de
openstaande schuld inclusief rente en kosten.
14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken
Als een derde bij de belastingdeurwaarder bezwaar maakt tegen de
inbeslagname van bepaalde roerende zaken waarvan hij de eigendom claimt,
wijst de belastingdeurwaarder op de mogelijkheid een beroepschrift in te
dienen bij het college op grond van artikel 22,
eerste lid van de wet en eventueel in verzet te gaan op grond
van artikel 456 of artikel 435 Rv.
Als aan de eigendom van een derde niet kan worden getwijfeld en vaststaat
dat de ontvanger zijn verhaalsrecht niet kan effectueren, blijft
inbeslagname achterwege.
14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken
De ontvanger kan het restant van de schuld van belastingschuldige aan een
derde op grond van artikel 6:30 BW voldoen in afwachting van
verrekening met de belastingschuldige, als de belastingdeurwaarder de
volgende zaken aantreft:
zaken die niet onder het bodemrecht vallen; en
eigendom zijn van een derde; en
strekken tot zekerheid voor de voldoening van een schuld die de
belastingschuldige aan de derde heeft (bijvoorbeeld huurkoop,
eigendomsvoorbehoud); en
waarop de ontvanger zich na voldoening van die schuld zou kunnen
verhalen.
De ontvanger maakt van deze mogelijkheid slechts gebruik als de
executiewaarde van de desbetreffende zaken beduidend hoger is dan het
restant van de schuld. Dit geldt ook als het gaat om zaken van de
belastingschuldige die bij een derde in beslag zijn genomen en waarop deze
derde een retentierecht heeft.
14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden
Op zaken van de belastingschuldige die zich bij een derde bevinden, verhaalt
de belastingdeurwaarder de belastingschuld zoveel mogelijk door het leggen
van een beslag op roerende zaken.
De deurwaarder zal in de volgende gevallen echter beslag onder derden leggen
als:
de derde geen medewerking verleent aan het leggen van een beslag
roerende zaken;
het voor de belastingdeurwaarder feitelijk onmogelijk is om de zaken
zelf te zien, dan wel te inventariseren;
de derde een beroep doet als bedoeld in artikel 461d Rv, voordat het exploot van beslag op
roerende zaken is afgesloten.
Als de derde een dergelijk beroep doet nadat het exploot van beslag op
roerende zaken is afgesloten, legt de belastingdeurwaarder geen afzonderlijk
derdenbeslag maar geldt het beslag roerende zaken als derdenbeslag. De
belastingdeurwaarder betekent in dat geval binnen drie dagen na de
beslaglegging aan de derde een formulier in tweevoud als bedoeld in artikel 475,
tweede lid, Rv.
Dit laatste geldt ook als de verwachting is gerechtvaardigd dat de derde
voor de executoriale verkoop een beroep zal doen als bedoeld in artikel
461d
Rv.
14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken
Nadat op roerende zaken beslag is gelegd, wordt zoveel mogelijk aan de
belastingschuldige het feitelijk gebruik gelaten.
Onder bijzondere omstandigheden kan de belastingdeurwaarder beslagen zaken
wegvoeren. Hij stelt daartoe een gerechtelijke bewaarder aan als bedoeld in
Rv. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger niet van zijn
verantwoordelijkheid met betrekking tot de in beslag genomen zaken.
Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken
redelijkerwijze noodzakelijk is (artikel 446
Rv). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te
worden verduisterd of beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees
bestaat dat verhaal op de zaken ernstig bemoeilijkt wordt of feitelijk
onmogelijk is, indien de zaken niet worden afgevoerd.
Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts
gebruik gemaakt:
als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet
kan worden ingevorderd en;
de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat
de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden
geacht.
Het wegvoeren van zaken gebeurt niet door de belastingdeurwaarder dan na
daartoe verkregen toestemming van de ontvanger van de gemeente of zijn
plaatsvervanger.
Het wegvoeren van zaken,waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van een
actie op grond van artikel 18 van de wet, gebeurt niet door de
belastingdeurwaarder dan na daartoe verkregen toestemming van de ontvanger
van de gemeente. De toestemming kan ook worden verkregen van de
plaatsvervanger van de ontvanger of van een andere door hem daartoe
aangewezen functionaris.
Bij het in beslag nemen van een voertuig is het aan de belastingdeurwaarder
ter keuze om een wielklem, of een ander middel, aan te brengen ter zekerheid
tegen verduistering.
14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en
belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende
zaken
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken
De deurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte
overgaan waarin ten laste van de onderneming in beslag genomen zaken zich
bevinden, als:
de omstandigheden zich voordoen als genoemd in artikel 14.2.9 van
deze leidraad; en
de desbetreffende zaken niet of slechts tegen naar verhouding zeer
hoge kosten kunnen worden afgevoerd.
Voor de afsluiting is voorafgaande toestemming vereist van de ontvanger. De
toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de ontvanger
of van een andere door de ontvanger daartoe aangewezen functionaris.
Na afsluiting zal zo spoedig mogelijk tot executoriale verkoop worden
overgegaan.
14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zaken
Als zaken op grond van artikel 14.2.9 van deze leidraad worden weggevoerd of
op grond van artikel 14.2.11 van deze leidraad afsluiting plaatsvindt, stelt
de belastingdeurwaarder daarbij een bewaarder aan die in staat moet worden
geacht ook daadwerkelijk de taken verbonden aan het bewaarderschap met
betrekking tot die zaken uit te oefenen. De aanstelling van de bewaarder
wordt vermeld in het proces-verbaal dat in de betreffende situaties moet
worden opgemaakt.
Als een ambtenaar van de gemeente als bewaarder wordt aangesteld, is dit
zoveel mogelijk een belastingdeurwaarder, niet zijnde de
belastingdeurwaarder die het beslag heeft gelegd. Aan de ambtenaar die tot
bewaarder is aangesteld, wordt hiervoor geen vergoeding gegeven.
De tot bewaarder aangestelde ambtenaar draagt er zorg voor dat de beslagen
zaken waarover hij tot bewaarder is aangesteld zo nodig worden vervoerd of
opgeslagen op een wijze die het risico van fysiek of economisch bederf
minimaliseert, meer dan voor de onderhavige zaken onder normale
omstandigheden gebruikelijk is. De in dit verband te nemen maatregelen en de
daaraan verbonden kosten moeten in een redelijke verhouding staan tot de
aard en de waarde van de desbetreffende zaken.
Tijdens de periode dat het beslag ligt, wordt in de navolgende gevallen aan
de bewaarder het bewaarderschap ontnomen en een ander tot bewaarder
aangesteld:
als de bewaarder geacht moet worden gedurende langere tijd
lichamelijk of geestelijk niet in staat te zijn de aan het
bewaarderschap verbonden taken uit te oefenen;
als de bewaarder is overleden; in dit geval hoeft het bewaarderschap
niet uitdrukkelijk te worden ontnomen;
als een ambtenaar van de gemeente tot bewaarder is aangesteld en
deze ambtenaar door oorzaken van personele of organisatorische aard
redelijkerwijs moet worden geacht geen betrokkenheid meer te
(kunnen) hebben bij het beslag.
Ontslag van een bewaarder gebeurt steeds schriftelijk; in voorkomend geval
kan dit bij deurwaardersexploot.
14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur
Als de belastingdeurwaarder beslag legt op computerapparatuur, dan valt
alleen de zogenoemde 'hardware' onder dit beslag. De belastingdeurwaarder
moet - voordat tot executoriale verkoop wordt overgegaan - nagaan of deze
apparatuur nog de zogenoemde 'software' bevat (bestanden, programma's en
dergelijke). Als dat het geval is, dan moet de belastingschuldige de
mogelijkheid worden geboden om die software te verwijderen en een back-up te
maken.
14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken
De ontvanger moet er voor zorgdragen dat geen zilveren, gouden of platina
werken die niet zijn voorzien van de stempeltekenen die volgens de
Waarborgwet 1986 vereist zijn, in openbare verkoop worden gebracht of met
dat doel worden tentoongesteld.
Van het houden van een openbare verkoop waarin zilveren, gouden of platina
werken voorkomen - al dan niet met het vereiste stempelteken - moet de
ontvanger aangifte doen zoals artikel 46 van
de Waarborgwet 1986 dat voorschrijft.
14.2.15. Beslag op illegale zaken
Als voor beslag vatbare zaken worden aangetroffen waarvan in beginsel de
vervaardiging, het bezit of het gebruik strafbaar is (of het vermoeden van
strafbaarheid bestaat), kan de beslaglegging op de normale wijze doorgang
vinden. Wel wordt direct of zo snel mogelijk na de beslaglegging de politie
ingeschakeld om te bezien in hoeverre aanleiding bestaat om strafrechtelijke
maatregelen te nemen. Hierbij geldt het bepaalde in artikel 14.1.12 van deze
leidraad.
Als geen strafrechtelijke maatregelen worden getroffen (de voormelde zaken
worden niet verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer), dan moet de
ontvanger contact opnemen met het college voordat maatregelen worden
getroffen om tot executoriale verkoop van de inbeslaggenomen zaken over te
gaan.
14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken
Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een
andere belastingdeurwaarder dan de deurwaarder die met de verkoop belast is,
opdragen voor rekening van de gemeente te bieden.
Daarnaast kan de ontvanger de belastingdeurwaarder opdracht geven om de
executie plaats te laten vinden via internetveiling. De regels hiervoor
dienen openbaar gemaakt te worden.
14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende zaken
Als de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de ontvanger
dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot
kenbaar gemaakt.
Opheffing van het beslag op roerende zaken als bedoeld in artikel 445
Rv wordt altijd kenbaar gemaakt bij deurwaardersexploot.
14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken
De ontvanger verhaalt de openstaande schuld waarvoor het beslag roerende
zaken is gelegd op de executieopbrengst, inclusief de daarin begrepen
omzetbelasting. Voordat de opbrengst op de openstaande schuld wordt
afgeboekt, worden eerst de kosten van executie verrekend. De ontvanger boekt
de opbrengst vervolgens af met inachtneming van
het bepaalde bij artikel 7 van deze leidraad.
Als er andere schuldeisers zijn die beslag hebben gelegd of als er beperkt
gerechtigden zijn van wie het recht door de executie is vervallen, dan wordt
zoveel mogelijk getracht in der minne overeenstemming te bereiken over de
toedeling van de netto-executieopbrengst. Als dat niet mogelijk blijkt, dan
zijn de artikelen 481 en volgende Rv van toepassing.
14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende zaken
Als de belastingschuldige te kennen geeft dat hij een afschrift van het
proces-verbaal van verkoop wenst, wordt hem dit zo spoedig mogelijk
toegezonden, met dien verstande dat de namen en woonplaatsen van de kopers
onleesbaar zijn gemaakt.
14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken
Als de belastingschuldige of een belanghebbende derde de ontvanger vraagt of
een beslag nog ligt, dan verstrekt de ontvanger deze informatie tenzij het
belang van de invordering zich daartegen verzet.
14.2.21Relaas van onttrekking
Ingeval goederen aan het beslag zijn onttrokken (artikel 198
Sr) kan van dat feit op grond van artikel 162
Sv aangifte worden gedaan. De ontvanger beslist over de
inzending van een relaas van onttrekking aan de officier van justitie.
14.3. Beslag op onroerende zaken
14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken
Indien het beslag op een onroerende zaak mede omvat de in of op die zaak
aanwezige bestanddelen of natuurlijke vruchten, geldt het volgende. De
belastingdeurwaarder kan die bestanddelen of die vruchten wegvoeren om in
bewaring te geven indien dit voor het behoud van die bestanddelen of
vruchten noodzakelijk is. Het wegvoeren vindt niet plaats dan na daartoe
verkregen toestemming van de ontvanger. Het bepaalde in artikel 14.2.9 is
van overeenkomstige toepassing.
14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken
Als de ontvanger voor een belastingschuld beslag op een onroerende zaak
heeft gelegd, zal hij voor een nader opgekomen belastingschuld zoveel
mogelijk opnieuw tot beslaglegging overgaan.
In gevallen waarin de ontvanger zelf de eerste beslaglegger is, gaat hij
altijd tot beslaglegging over voor vorderingen van derden waarvan de
invordering aan hem is opgedragen.
14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zaken
De ontvanger die beslag op de onroerende zaak heeft laten leggen en tevens
de huur of pacht wil incasseren, doet hiervoor zoveel mogelijk een vordering
ex artikel
19 van de wet onder de huurder of pachter. Er wordt in zo’n
geval dus niet gehandeld als bedoeld in artikel 507,
derde lid, Rv.
14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken
De ontvanger vraagt de notaris een afschrift van de veilingvoorwaarden die
op de verkoop van toepassing zijn en hij treedt zo nodig in overleg over de
inhoud van deze voorwaarden.
In overleg met de notaris wordt in de voorwaarden van verkoop bepaald dat de
kosten van executie, toewijzing en eventuele rangregeling door de executant
zullen worden voldaan uit de koopprijs en dat het tekort - als de koopprijs
niet toereikend mocht zijn - door de executant zal worden aangezuiverd.
14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende zaken
Van de opheffing van een beslag op een onroerende zaak wordt schriftelijk
mededeling gedaan aan de belastingschuldige. Als het beslag aan de huurder
of pachter is betekend, ontvangt deze ook een schriftelijke mededeling.
Ook wordt van deze opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan
de (eventuele) derde-eigenaar, aan alle (eventuele) hypotheekhouders en -
indien van toepassing - aan de bewaarder.
14.4. Beslag onder derden
14.4.1. Beslag op vordering van een derde
In de artikelen 475 en volgende Rv is de mogelijkheid gegeven ten
laste van de belastingschuldige beslag te leggen onder een derde. Als blijkt
dat - na het afleggen van de buitengerechtelijke verklaring - de derde geen
gelden of zaken onder zich heeft, dan blijkt het beslag nooit te hebben
gelegen. De ontvanger stelt de derde hiervan op de hoogte.
Een belastingaanslag kan ook worden verhaald door het leggen van
derdenbeslag op een vordering die formeel aan een ander dan de
belastingschuldige toebehoort, dan wel op naam van die ander - bijvoorbeeld
door een bank - wordt geadministreerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de
echtgenoot met wie de belastingschuldige in gemeenschap van goederen is
gehuwd. In dat geval wordt het derdenbeslag gelegd ten laste van de
echtgenoot van de belastingschuldige, als de echtgenoot alleen gerechtigd is
de vermogensbestanddelen te vorderen die onder het beslag vallen.
In het beslag-exploot (waarvan afschrift wordt gelaten aan de
derdebeslagene) dat zowel aan de belastingschuldige als aan de echtgenoot
binnen acht dagen na het leggen van het beslag moet worden betekend, moet de
ontvanger zoveel mogelijk aangeven op welke gronden hij de vordering die op
naam van de echtgenoot is geadministreerd, meent te kunnen uitwinnen ter
verhaal van een vordering op de belastingschuldige.
14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19
Als naast een derdenbeslag ook een vordering op grond van artikel 19 van
de wet mogelijk is, kiest de ontvanger voor het doen van een
vordering.
14.4.3. Roerende zaken bij derden
Als zich onder de derde roerende zaken van de belastingschuldige bevinden,
wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 14.2.8 van deze
leidraad.
14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslag
Aan de nauwkeurige vermelding in het exploot van beslag van de naam en de
eventuele rechtsvorm van de derde wordt bijzondere aandacht geschonken. De
situatie kan zich voordoen dat de derde een hoofdkantoor heeft en een of
meerdere bijkantoren. In dat geval legt de belastingdeurwaarder het beslag
zoveel mogelijk bij het hoofdkantoor dan wel het filiaal of bijkantoor dat
bemoeienis heeft met de gelden of zaken waarop verhaal wordt gezocht.
In spoedeisende gevallen kan het beslag worden gelegd onder een ander
filiaal of bijkantoor. De executant kiest in alle gevallen domicilie bij de
belastingdeurwaarder.
Als er aanleiding toe bestaat, kan de ontvanger de omvang van het beslag bij
de beslaglegging beperken. Voor zover niet door een andere schuldeiser
beslag is gelegd, kan de omvang ook op een later tijdstip nog worden
beperkt. Van de beperking wordt in het beslagexploot of in een afzonderlijk
geschrift aan de derde uitdrukkelijk melding gemaakt.
14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor
geldt
Als beslag is gelegd in een situatie als bedoeld in artikel
475e dan wel artikel 475f
Rv en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn
levensonderhoud volledig afhankelijk is van de beslagen betalingen, dan past
de ontvanger zonder rechterlijke tussenkomst de regeling van de beslagvrije
voet toe als bedoeld in de artikelen
475b en 475d Rv.
14.4.6. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring
De derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in
gebreke gesteld als zeven kalenderdagen na de termijn van vier weken nog
geen verklaring van hem is ontvangen.
Hij wordt daarbij gesommeerd om onverwijld tot verklaring over te gaan.
14.4.7. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring
De derdebeslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in
gebreke gesteld als niet is overgegaan tot afdracht van de opeisbare
geldsommen of tot het aan de belastingdeurwaarder ter beschikking stellen
van de goederen en/of zaken binnen de termijn genoemd in de schriftelijke
uitnodiging van de ontvanger aan de derde-beslagene.
Hij wordt daarbij gesommeerd om binnen zeven kalenderdagen aan zijn
verplichting te voldoen.
14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag
Een derde-beslagene kan binnen de termijn van vier weken verklaring doen van
hetgeen hij onder zich heeft en de belastingdeurwaarder laten weten direct
tot afdracht te willen overgaan.
In dat geval deelt de ontvanger hem namens de belastingdeurwaarder mee - als
er geen aanleiding bestaat de verklaring te betwisten - dat het beslag van
rechtswege vervalt op het moment dat de door de derde-beslagene af te dragen
geldsommen of ter beschikking te stellen goederen en/of zaken door de
belastingdeurwaarder zijn ontvangen.
14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of
lijfrente
Bij een derdenbeslag op een polis van een levens- of spaarverzekering of
lijfrente geldt - naast de voorschriften in artikel
479l en volgende Rv het volgende:
De ontvanger stelt zich terughoudend op bij het leggen van
derdenbeslag als er sprake is van een niet-bovenmatige
oudedagsvoorziening;
De ontvanger betrekt in zijn overwegingen de verhouding tussen de
openstaande belastingschuld en de opbrengst bij afkoop of belening
van de polis. Bij de bepaling van de opbrengst houdt de ontvanger
rekening met het feit dat een (voortijdige) afkoop of belening van
de polis in bepaalde gevallen wordt aangemerkt als een verboden
handeling die tot negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
leiden als gevolg waarvan een aanslag in de inkomstenbelasting kan
worden opgelegd;
Als de netto-opbrengst van de polis minder dan € 2.500 bedraagt, de
polis wordt afgekocht of het derdenbeslag is gelegd drie jaren voor
de expiratiedatum, wint de ontvanger het derdenbeslag niet uit en
gaat hij niet over tot afkoop of belening. In dat geval laat de
ontvanger - in overleg met belastingschuldige - het beslag liggen
tot de expiratiedatum;
De omstandigheid dat het verzekerde bedrag pas na lange tijd tot
uitkering komt, staat op zich een derdenbeslag niet in de weg;
De belastingaanslagen waarvoor het derdenbeslag wordt gelegd moeten
onherroepelijk vaststaan en in redelijkheid materieel verschuldigd
worden geacht.
14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag
Als de derdebeslagene een retentierecht heeft op de zaken die door het
derdenbeslag van de ontvanger zijn getroffen, dan kan de ontvanger op grond
van artikel 6:30 BW overgaan tot betaling van het bedrag waarvoor
het retentierecht geldt in afwachting van verrekening met de
belastingschuldige. Het bedrag moet dan wel beduidend lager zijn dan de
executiewaarde van de desbetreffende zaak.
14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag
Als de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de ontvanger
dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot
kenbaar gemaakt aan zowel de belastingschuldige als de derde.
In andere gevallen wordt van de opheffing schriftelijk kennis gegeven aan de
derde-beslagene. De ontvanger zendt aan de belastingschuldige een afschrift
van deze kennisgeving.
14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag
Als een derde tegen de ontvanger een vordering uit onverschuldigde betaling
instelt en de ontvanger aan deze vordering voldoet, wordt de
belastingaanslag waarvoor het derdenbeslag is gelegd, geacht in zoverre niet
te zijn voldaan.
De ontvanger kan de invordering van die aanslag dan ook hervatten alsof er
geen derdenbeslag is gelegd.
14.4.13. Derdenbeslag onder de gemeente of de ontvanger en het doen van
verklaring
Als derdenbeslag wordt gelegd onder de gemeente of de ontvanger, dan is
specificatie verplicht; er wordt in dit verband verwezen naar artikel 479
Rv.
De verplichting tot specificatie heeft niet tot doel het verhaal te
belemmeren, maar de taak van de gemeente of de ontvanger te verlichten. Dit
betekent dat de verklaring in het kader van het derdenbeslag zich niet moet
beperken tot de ex artikel 479 Rv genoemde vermogensbestanddelen,
maar zich ook moet uitstrekken tot alles wat de geëxecuteerde te vorderen
heeft van de gemeente of de ontvanger en wat bij de gemeente of de ontvanger
bekend was op het moment van beslaglegging.
14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
14.5. Beslag op schepen
14.5.1. Beletten van het vertrek van het schip
De belastingdeurwaarder kan een bewaarder aanstellen en de nodige
maatregelen nemen om het vertrek van het schip te beletten. Denk hierbij
bijvoorbeeld aan het 'aan de ketting leggen' van het schip. Zo nodig
voorziet de belastingdeurwaarder zich - na daartoe overleg te hebben
gepleegd met de ontvanger - van deskundige bijstand. De kosten van deze
bijstand komen voor rekening van de belastingschuldige.
In daartoe aanleiding gevende gevallen kan het feitelijk gebruik van het
schip weer aan de belastingschuldige worden gelaten, bijvoorbeeld wanneer
ter voorkoming van een executoriale verkoop door de belastingschuldige een
voorstel tot minnelijke afdoening is gedaan en dit voorstel voor de
ontvanger - gelet op de omstandigheden - aanvaardbaar is.
In ieder geval zal een minnelijke afdoening moeten passen in het bij artikel
25 van deze leidraad geformuleerde uitstelbeleid.
14.5.2. De executie van schepen
Tenzij een andere wijze van verkoop is toegestaan of voorgeschreven gebeurt
de executoriale verkoop van een schip ten overstaan van een bevoegde
notaris.
De verkoop van een buitenlands zeeschip kan ook plaatsvinden ten overstaan
van de rechtbank. Van deze mogelijkheid zal met name gebruik moeten worden
gemaakt als het land van herkomst de verkoop door een notaris niet
erkent.
De executie van niet-teboekgestelde schepen gebeurt op dezelfde wijze als de
executie van andere roerende zaken die geen registergoederen zijn. Om een zo
hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere
belastingdeurwaarder dan de belastingdeurwaarder die met de verkoop is
belast, opdragen voor rekening van de gemeente te bieden. De ontvanger geeft
deze belastingdeurwaarder zo nodig nadere aanwijzingen.
14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een schip
Als een aangekondigde verkoop van een schip om enigerlei reden geen doorgang
kan vinden, dan draagt de ontvanger er zorg voor dat de aanplakbiljetten
onmiddellijk worden verwijderd. Hij treft ook voor op andere wijze gedane
aankondigingen dienovereenkomstige maatregelen.
Als de belastingschuldige niet van de afgelasting op de hoogte is, dan wordt
hem hiervan onverwijld schriftelijk en gemotiveerd mededeling gedaan. Als
verwacht mag worden dat deze mededeling de belastingschuldige niet meer voor
het aangekondigde tijdstip van verkoop bereikt, dan stelt de ontvanger hem
zo mogelijk op een andere wijze in kennis.
14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen
Als bij een executie deskundige hulp is gewenst, kan de ontvanger een
makelaar of een andere ter zake kundige inschakelen.
14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen
Van de opheffing van het beslag wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de
belastingschuldige. Ook wordt - ingeval van teboekgestelde schepen - van de
opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan de ingeschreven
schuldeisers.
Artikel 14
Tenuitvoerlegging van het dwangbevel
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen
Verwijzingen
- artikel 4
- artikel 94 Sv
- artikel 15
- artikel 4
- artikel 456
- Artikel 4
- artikel 47 Rv
- artikel 25
- artikel 444 Rv
- artikel 22
- artikel 445 Rv
- artikel 6
- artikel 6
- artikel 461d Rv
- artikel 475
- artikel 479 Rv
- artikel 475f Rv
- artikel 446 Rv
- artikel 507
- artikel 198 Sr
- artikel 479 Rv
- artikel 461d Rv
- artikel 435 Rv
- artikel 479l
- artikel 475e
- artikel 162 Sv