**1..** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen aan de uitkeringsgerechtigde tijdelijk een gedeeltelijke of volledige ontheffing verlenen van de plicht tot arbeidsinschakeling, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid onderdeel a en c van de wet en artikel 37, eerste lid onderdelen a, b, c en f van de Ioaw en Ioaz. Het college kan in ieder geval een ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling verlenen aan:
een alleenstaande ouder met de volledige zorgtaak voor een kind, jonger dan twaalf jaar. Dit kan als passende kinderopvang ontbreekt of voor het realiseren van voldoende scholing om de toekomstige zelfstandigheid van de belanghebbende te vergroten. Het college stelt de omvang van de resterende arbeidsplicht vast op basis van de belastbaarheid.
een uitkeringsgerechtigde die noodzakelijke en niet uitstelbare mantelzorg verricht voor een zorgbehoevend lid van het gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de wet, die een indicatie van de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg heeft voor ten minste tien uur per week. Voor het vaststellen van de noodzaak, omvang en duur van de ontheffing kan het college advies vragen aan een onafhankelijke externe deskundige.
een uitkeringsgerechtigde met ernstige medische of sociale belemmeringen die door een onafhankelijke externe deskundige zijn vastgesteld. Het college kan een ontheffing van de arbeidsplicht verlenen voor de mate en duur zoals opgegeven in het advies.
**2..** De ontheffing als bedoeld in het eerste lid duurt maximaal twaalf maanden en kan na zorgvuldig onderzoek verlengd worden met telkens maximaal twaalf maanden.
**3..** Bij ontheffing van de arbeidsplicht blijft de re-integratieplicht, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid onderdeel b en artikel 37, eerste lid onderdeel e van de Ioaw en Ioaz onverkort van toepassing.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling in individuele gevallen
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Participatiewet Gemeente Midden-Delfland 2015