Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 9

vervoersvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Participatiewet Gemeente Midden-Delfland 2015

1.. Het college kan aan een belanghebbende, die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de wet en/of een structurele, functionele beperking heeft als gevolg van een ziekte of handicap/gebrek en die niet in staat is zelfstandig van en naar zijn werkplek te reizen, een vervoervoorziening toekennen. 2.. De voorwaarden om voor een vervoersvoorziening in aanmerking te komen zijn: de noodzaak van de voorziening is vastgesteld door een deskundige van de gemeente; er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor de duur van tenminste zes maanden en voor minimaal twaalf uur per week; de belanghebbende als bedoeld in het eerste lid kan geen aanspraak maken op een voorliggende voorziening, bijvoorbeeld op een vervoersvoorziening via de Wmo, het UWV of via een zorgverzekeraar; de kosten van de vervoersvoorziening dienen proportioneel te zijn; en belanghebbende heeft de vervoersvoorziening nog niet aangeschaft. 3.. Het college gaat bij het toekennen van de vervoersvoorziening uit van de goedkoopst adequate oplossing. 4.. De uitgangspunten voor vervoersvoorzieningen in de geldende Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en het geldende Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zijn leidend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel