**1..** Het college kan aan een belanghebbende, die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de wet en/of een structurele, functionele beperking heeft als gevolg van een ziekte of handicap/gebrek en die niet in staat is zelfstandig van en naar zijn werkplek te reizen, een vervoervoorziening toekennen.
**2..** De voorwaarden om voor een vervoersvoorziening in aanmerking te komen zijn:
de noodzaak van de voorziening is vastgesteld door een deskundige van de gemeente;
er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor de duur van tenminste zes maanden en voor minimaal twaalf uur per week;
de belanghebbende als bedoeld in het eerste lid kan geen aanspraak maken op een voorliggende voorziening, bijvoorbeeld op een vervoersvoorziening via de Wmo, het UWV of via een zorgverzekeraar;
de kosten van de vervoersvoorziening dienen proportioneel te zijn; en
belanghebbende heeft de vervoersvoorziening nog niet aangeschaft.
**3..** Het college gaat bij het toekennen van de vervoersvoorziening uit van de goedkoopst adequate oplossing.
**4..** De uitgangspunten voor vervoersvoorzieningen in de geldende Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en het geldende Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zijn leidend.
HOOFDSTUK 3
Artikel 9
vervoersvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Participatiewet Gemeente Midden-Delfland 2015