Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

Gedoogstrategie

Onderdeel van Meerjarenprogramma Toezicht en Handhaving Breda 2016-2019

De gemeente legt bij elke overtreding op een gepaste en evenredige manier sancties op. Toch kunnen zich incidenteel bijzondere situaties voordoen waardoor het nodig is om van deze regel af te wijken. In die gevallen kunnen we besluiten om een bepaalde situatie te gedogen (dus: niet tot handhaving over te gaan). In de Brabantse handhavingsstrategie is vastgelegd dat we niet passief mogen gedogen. We doen dit dus door een gedoogbeschikking op te stellen (actief gedogen). De volgende uitzonderingssituaties zijn mogelijk: Overgangssituaties. Als we met zekerheid kunnen aannemen dat een aanvraag in de nabije toekomst kan worden gehonoreerd (er is zicht op legalisatie). Overmachtsituaties. Bij een noodsituatie kan een overtreding worden gedoogd, onder voorwaarde dat die noodsituatie niet is veroorzaakt door de overtreder. Vertrouwens- en rechtzekerheidsbeginsel. Wanneer een bevoegd persoon toezeggingen heeft gedaan over het toestaan van een overtreding. Onevenredigheid. In zeer uitzonderlijke gevallen kan handhaven een disproportionele werking hebben. Als we besluiten om te gedogen, stellen we altijd een gedoogbeschikking op. Deze heeft enkel betrekking op die specifieke overtreding en geldt alleen voor een specifiek omschreven periode of een specifieke persoon en altijd onder strikte voorwaarden. Om misbruik en precedentwerking te voorkomen, controleren we streng of de voorwaarden worden nageleefd. Wanneer iemand niet aan de voorwaarden voldoet, trekken we direct de beschikking in en volgt alsnog de sanctie.

Rechtspraak bij dit artikel