Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Juridische uitgangspunten

Onderdeel van Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente Alphen aan den Rijn 2014-2018

2.1 Algemeen juridisch kader De gemeente leeft de relevante wet- en regelgeving na. Het juridische kader voor inkoop en aanbesteding bestaat uit drie treden: Europese regelgeving, nationale wetgeving en lokaal beleid. De voor het inkoop- en aanbestedingsbeleid meest relevante wet- en regelgeving volgen uit: Europese wet- en regelgeving: wet- en regelgeving op het gebied van aanbesteden is afkomstig van de Europese Unie. De ‘Aanbestedings- richtlijnen’ vormen momenteel de belangrijkste basis. De interpretatie van deze Aanbestedingsrichtlijnen kan volgen uit Groenboeken, Interpretatieve Mededelingen etc. van de Europese Commissie. Verdrag betreffende de werking van de EU: naast de Aanbestedingsrichtlijnen, is het Verdrag betreffende de werking van de EU van belang. De grondgedachte van de interne markt binnen de Europese Unie, is een ongestoord functioneren van het marktmechanisme. Wezenlijk daarbij is een onvervalste en effectieve mededinging. Dat betekent dat alle handelsbelemmeringen tussen de lidstaten moeten worden opgeheven, zodat er vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal kan plaatsvinden en er vrijheid van vestiging is. Voor het aanbesteden van overheidsopdrachten gelden naast Richtlijn 2004/18/EG, of daaropvolgende richtlijn(en), en de hiervóór genoemde vrijheden ook de volgende fundamentele beginselen van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VwEU, voorheen: EG-Verdrag) te weten non-discriminatie, gelijkheid, proportionaliteit en transparantie. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bepaald dat de beginselen ook gelden voor opdrachten onder de Europese drempelwaarden met een duidelijk grensoverschrijdend belang. Aanbestedingswet: dit nieuwe wettelijke kader implementeert de Europese Richtlijnen 2004/18/EG en 2004/17/EG (‘Aanbestedings- richtlijnen’) en Richtlijn 2007/66/EG (‘Recht beschermingsrichtlijn’) of daaropvolgende richtlijnen. Deze wet biedt één kader voor overheidsopdrachten boven en – beperkt – onder de (Europese) drempelwaarden en de rechtsbescherming bij (Europese) aanbestedingen. Burgerlijk Wetboek: het wettelijke kader voor overeenkomsten. Gemeentewet: het wettelijke kader voor gemeenten. 2.2 Uniforme documenten De gemeente streeft er naar om uniforme documenten te gebruiken, tenzij een concreet geval dit niet toelaat. Uniformiteit in de uitvoering draagt eraan bij dat ondernemers weten waar ze aan toe zijn en landelijk gezien niet steeds met verschillende procedureregelingen worden geconfronteerd. De gemeente past bij de betreffende inkoop in ieder geval toe: Aanbestedingsreglement werken 2012 (‘ARW 2012’); Richtsnoeren Leveringen en Diensten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Algemene inkoopvoorwaarden voor werken, leveringen en diensten; Gids Proportionaliteit. 2.3 Algemene beginselen bij inkoop 2.3.1 Algemene beginselen van het aanbestedingsrecht De gemeente neemt bij overheidsopdrachten en concessie overeenkomsten boven de (Europese) drempelwaarden en bij overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten onder de (Europese) drempelwaarden de volgende algemene beginselen van het aanbestedingsrecht in acht: gelijke behandeling en objectiviteit: gelijke omstandigheden mogen niet verschillend worden behandeld, tenzij dat verschil objectief gerechtvaardigd is. Ook verkapte of indirecte discriminatie is verboden; non-discriminatie: de gemeente geeft elke inschrijver een faire kans op de opdracht en maakt geen discriminatoir onderscheid; transparantie: de gevolgde procedure dient navolgbaar (en dus controleerbaar) te zijn. Dit is een logisch uitvloeisel van het beginsel van gelijke behandeling. Inschrijvers moeten weten waar ze aan toe zijn; proportionaliteit (evenredigheid): de gestelde eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot het voorwerp van de opdracht. De gemeente past het beginsel van proportionaliteit toe bij de te stellen eisen, voorwaarden en criteria aan inschrijvers en inschrijvingen en met betrekking tot de contractvoorwaarden; wederzijdse erkenning: diensten en goederen van ondernemingen uit andere lidstaten van de Europese Unie moeten worden toegelaten voor zover die Diensten en goederen op gelijkwaardige wijze kunnen voorzien in de legitieme behoeften van de gemeente. 2.3.2 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Bij het plaatsen van overheidsopdrachten, heeft de gemeente rekening te houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Voor de aanbestedingspraktijk zijn dat in aanvulling op de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht (paragraaf 3.3.1) de volgende beginselen: vertrouwensbeginsel: wie op goede gronden -bijvoorbeeld na een duidelijke toezegging- erop mag vertrouwen dat de gemeente een bepaald besluit neemt, heeft daar ook recht op; het rechtszekerheidsbeginsel: besluiten moeten zó geformuleerd zijn dat de ondernemer precies weet waar hij aan toe is of wat de gemeente van hem verlangt. Ook moet de gemeente de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen; het zorgvuldigheidsbeginsel: de gemeente moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen: correcte behandeling van de ondernemer, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming (art. 3:2 Awb); het motiveringsbeginsel: besluiten moeten goed gemotiveerd worden: de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn (art. 3:46 Awb). Voor klachten met betrekking tot een concrete aanbestedingsprocedure kent de gemeente een klachtenprocedure. In de aanbestedingsdocumenten wordt duidelijk beschreven hoe een klacht kan worden ingediend en op welke wijze de gemeente de klacht behandelt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel