Naar hoofdinhoud
Inleiding Een persoonsgebonden budget (pgb) vertegenwoordigt de (een afgeleid percentage van de) geldswaarde van de goedkoopst passende bijdrage van een maatwerkvoorziening die het college in natura zou verlenen. Met een pgb kunnen diensten, zoals ondersteuning of kort verblijf worden ingekocht, maar ook een woonvoorziening of een hulpmiddel, zoals een scootmobiel. Beoordelingskader In artikel 6.1 van de Verordening zijn de wettelijke voorwaarden neergelegd, ter beoordeling aan het college. Het College moet zich bij het toekennen van een persoonsgebonden budget ervan overtuigen van het voldoen aan de voorwaarden. Het spreekt voor zich dat de cliënt het college, desgevraagd, de daarvoor noodzakelijke inlichtingen of gegevens verschaft en zijn medewerking verleend aan het onderzoek. Deze voorwaarden zijn cumulatief. In het algemeen geldt dat geen persoonsgebonden budget mogelijk is als het college, na de melding van de ondersteuningsvraag, een maatwerkvoorziening moet inzetten vanwege een spoedeisende situatie. Verder zijn er nadere regels over het persoonsgebonden budget neergelegd in het vigerende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder. Beoordeling van de voorwaarden De cliënt is op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, voldoende in staat te achten tot een redelijke waardering van belangen aangaande de aan het pgb verbonden taken en in staat is deze op een verantwoorde manier uit te voeren. Het college beoordeelt of de cliënt - al dan met hulp van anderen - hiertoe in staat is. Daarvoor kan het college in ieder geval de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking nemen: Het beheersen van de Nederlandse taal De mate van beperkingen (licht, matig, zwaar) op het terrein van: sociale redzaamheid probleemgedrag psychisch functioneren geheugen- en oriëntatiestoornissen Het vermogen om een overeenkomst op te stellen of aan te gaan met degene aan wie het pgb wordt besteed. Het vermogen om de degene, aan wie het pgb wordt besteed, aan te sturen bij de te bieden maatschappelijke ondersteuning. In geval het risico bestaat dat er beslag wordt gelegd op het pgb, dan wordt niet voldaan aan de hier bedoelde voorwaarde. Indien van toepassing. Wie de cliënt heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren. Het college stelt aan deze persoon dezelfde eisen als aan de cliënt. Vertegenwoordiger Artikel 1.1.1 tweede lid van de wet bepaalt wat onder een vertegenwoordiger wordt verstaan. Dat kan dus een persoon zijn die de cliënt kan ondersteunen bij de voorwaarden die gelden voor het recht op een persoonsgebonden budget. Als een curator, mentor of gevolmachtigde ontbreekt, kunnen ook als vertegenwoordiger optreden: echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de cliënt; dan wel (als deze ontbreekt); diens ouder, kind, broer of zus. Deze personen kunnen echter niet als vertegenwoordiger optreden als de cliënt dat niet wenst. Dat moet het college in voorkomende gevallen onderzoeken. De cliënt stelt zich voldoende gemotiveerd op het standpunt waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te krijgen Het pgb wordt alleen verstrekt op verzoek van de cliënt. Bij dat verzoek weet de cliënt voldoende te motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te krijgen. Het college stelt geen bijzondere eisen aan de motivatie. Er is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen voldoen aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. In artikel 3.1 lid 1 van de wet staat dat een maatwerkvoorziening in elk geval: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt, afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt, verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; verstrekt wordt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt. Hulpmiddelen en woningaanpassingen Ook voor deze maatwerkvoorzieningen geldt dat het college moet oordelen over de vraag of met het wel een kwalitatief verantwoorde maatwerkvoorziening wordt ingekocht. In het vigerende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder zijn hierover nadere regels gesteld. Budgetplan Aan het recht op een persoonsgebonden budget is de verplichting verbonden dat de cliënt een budgetplan opstelt. In dat budgetplan wordt in ieder geval aangeven: Aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed. Welke resultaten met de aan te schaffen of de in te kopen maatwerkvoorziening worden bereikt en hoe dat gebeurd. Deze moeten overeenkomen met het bereiken van een, door het college te bepalen, mate van zelfredzaamheid waarop de cliënt gelet op zijn beperkingen is aangewezen. Waaruit blijkt dat de aan te schaffen of de in te kopen maatwerkvoorziening voldoet aan de kwaliteitseisen die daar aan mogen worden gesteld. Hiermee worden de kwaliteitseisen bedoeld op grond van artikel 3.1 lid 1 van de wet. Daarnaast moet uit het budgetplan blijken in hoeverre de kwaliteitseisen in overeenstemming zijn met de mate van zelfredzaamheid van de cliënt en of daarin lichte, matige of zware beperkingen worden ondervonden. Voor zover het gaat om de aanschaf van een hulpmiddel of woonvoorziening hanteert het college de regels die zijn neergelegd in het vigerende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder. Besteding persoonsgebonden budget sociaal netwerk Artikel 6.1 tweede lid onder b van de Verordening bepaalt dat uit het persoonsgebonden budget geen personen uit het sociale netwerk mogen worden betaald, tenzij dat leidt tot effectievere en meer doelmatige ondersteuning. Daarmee is op voordracht van het college bedoeld nadere invulling te geven aan de kwaliteit van de ondersteuning door een persoon uit het sociale netwerk kan worden verleend. Zeker voor zeer kwetsbare burgers is het van groot dat zij de ondersteuning krijgen die zijn nodig hebben met uiteindelijk het oog op het zo lang mogelijk in de eigen omgeving kunnen blijven wonen. Afhankelijk van het individuele geval kan het dan ook zijn dat juist personen uit het sociale netwerk kwalitatieve ondersteuning kunnen bieden die effectiever en doelmatiger is. Maar dat kan ook anders liggen. Dat vraagt om een beoordeling van het individuele geval. Besteding persoonsgebonden budget beschermd wonen Beschermd wonen is wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Wanneer een cliënt een toegang krijgt voor het beschermd wonen wordt daarmee feitelijk aangegeven dat iemand niet thuis kan wonen maar moet wonen in een accommodatie van een instelling met de daarbij behorende toezicht en begeleiding. Een persoonsgebonden budget is wel mogelijk in de volgende twee gevallen: In geval van een kleinschalige woonvorm, mits aan dezelfde kwaliteitseisen wordt voldaan als bij de gesubsidieerde instellingen voor beschermd wonen. Een kleinschalige woonvorm bestaat uit minimaal 3 en maximaal 26 bewoners waarbij: wordt verbleven op één GBA-adres, aaneengesloten GBA-adressen of GBA-adressen in elkaars directe nabijheid (binnen een straal van 100 meter), waarbij er altijd gemeenschappelijke ruimten aanwezig moeten zijn waar de bewoners hun huishouding (gedeeltelijk) gezamenlijk voeren; situaties van verblijf bij ouders of wettelijke vertegenwoordigers zijn uitgesloten van deze definitie. Een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen in een thuissituatie is mogelijk in geval: ter beoordeling van een van gemeentewege aangewezen psychiater beschermd wonen voor een cliënt in een instelling gecontraïndiceerd is, enkel beschermd wonen in een thuissituatie meer passend is dan in een instelling, en, de veiligheid alsmede adequate zorgverlening in de thuissituatie is gewaarborgd. Alsdan zijn de navolgende voorwaarden van toepassing: 24 uurs toezicht waarbij een ter zake deskundige behandelaar is betrokken; Cliënt heeft formele dagbesteding. Het PGB ziet niet op informele dagbesteding. Beleidsuitgangspunten Bij de beoordeling van de mogelijkheid tot betaling aan iemand uit het sociaal netwerk zal het volgende door het college worden meegewogen: Als eerste motiveert de cliënt zijn keus om met het persoonsgebonden budget iemand uit het sociaal netwerk in te schakelen. De persoon uit het sociale netwerk mag daarbij op geen enkele wijze druk op de cliënt hebben uitgeoefend bij zijn besluitvorming. Is de persoon uit het sociale netwerk in staat om de gevraagde hulp te bieden? Is de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende geborgd? Weigering persoonsgebonden budget Indien de cliënt een persoonsgebonden budget wenst controleert het college of een eerder besluit waarmee een persoonsgebonden budget is toegekend is ingetrokken onder toepassing van artikel 2.3.10 lid 1 onder a, d of e van de wet. Het college is in voorkomende gevallen bevoegd het persoonsgebonden budget te weigeren (art. 2.3.6 lid 5 onder b van de wet). Bij toepassing van deze weigeringsrond hanteert het college het uitgangspunt van een termijn die ieder geval drie jaar gelegen voor het verzoek om een persoonsgebonden budget. Hoogte persoonsgebonden budget De cliënt kan het persoonsgebonden budget besteden aan hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen of diensten. Hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen De hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is. Indien dit niet mogelijk is stelt het college de hoogte van het persoonsgebonden budget vast op basis van een offerte. Dat kan een offerte zijn die het college zelf opvraagt of een offerte die door de cliënt wordt overhandigd. Het kan in voorkomende gevallen ook om meerdere offertes gaan zodat de goedkoopst passende bijdrage kan worden bepaald. Diensten Onder diensten vallen ondersteuning (waaronder persoonlijke verzorging en hulp bij het huishouden), dagactiviteiten en kortdurend verblijf. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor diensten is onder meer afhankelijk van degene bij wie de maatschappelijke ondersteuning wordt ingekocht. Het persoonsgebonden budget bedraagt een (afgeleid) percentage van het tarief waarvoor het college deze dienst(en) heeft ingekocht. Zie hiervoor het vigerende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder. Welk percentage gehanteerd wordt is afhankelijk van degene die de ondersteuning gaat leveren. Aanbieder in loondienst Het gaat dan om een aanbieder van maatschappelijke ondersteuning die in loondienst werkt bij een aanbieder (beroepskracht). Zij hebben in principe te maken met overheadkosten en/of andere kostencomponenten. Aanbieder niet in loondienst Het gaat dan om een aanbieder van maatschappelijke ondersteuning die geen personeel in dienst heeft; zij werken beroepsmatig voor zichzelf (beroepskracht). Denk aan de Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP-er). Zij hebben in principe niet te maken met overheadkosten en/of andere kostencomponenten. Persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt Het gaat dan om personen die, hoewel zij maatschappelijke ondersteuning bieden, toch niet als beroepskracht worden aangemerkt. Dat heeft betrekking op het feit dat deze personen niet beroepshalve zijn aangewezen op het bieden van maatschappelijke ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan een student met een bijbaan. Hier kan ook een persoon uit het sociale netwerk. Het college beoordeelt of er sprake van verlies aan inkomsten. Dit is het geval wanneer deze persoon behoort tot de beroepsbevolking en door de te bieden ondersteuning minder uren kan deelnemen aan de arbeidsmarkt. Er is in ieder geval geen sprake van inkomstenverlies wanneer deze persoon een uitkering ontvangt. Een persoon uit het sociale netwerk van de cliënt Volgens de wettelijke definitie zijn dat personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. Onder de huiselijke kring wordt volgens de wettelijke definitie een familielid, een huisgenoot of een mantelzorger verstaan. Indien de mantelzorger uit het persoonsgebonden budget wordt betaald is er vanzelfsprekend, voor het deel van die ondersteuning, geen sprake meer van mantelzorg. Het meerdere weigeren Indien de cliënt het persoonsgebonden budget wenst te besteden aan een duurdere maatwerkvoorziening dan waar het college het persoonsgebonden budget op heeft gebaseerd, geldt dat de cliënt het meerdere zelf moet betalen. Let wel ook in die gevallen gelden nog steeds de algemene voorwaarden van bijvoorbeeld de kwaliteit. Het meerdere dat aan de maatwerkvoorziening wordt besteed door de cliënt wordt dan door het college geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel