Het wettelijk kader luidt als volgt:
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van een bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
niet hoger dan 10 meter, en
de oppervlakte niet meer dan 50 m².
Hiervoor zal per geval een afweging gemaakt worden, waarbij gebruik zal worden gemaakt van het algemeen afwegingskader.
Daarnaast gelden de volgende specifieke beleidsregels:
Voor een erfafscheiding voor de voorgevellijn en 1 meter daarachter:
uitsluitend bij bedrijfsgebouwen en woningen die de bestemming ‘landhuizen’ hebben of daarmee vergelijkbare kavels en/of woningen;
de hoogte bedraagt niet meer dan 2 meter;
de verkeersveiligheid komt niet in gevaar;
de ruimtelijke kwaliteit wordt voldoende gewaarborgd. Dit kan ter beoordeling voorgelegd worden aan de WMC/een stedenbouwkundige.
Voor een erfafscheiding op een naar de weg gekeerd zijerf bij hoekwoningen:
de hoogte bedraagt niet meer dan 2 meter;
het bouwwerk moet minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel worden gebouwd;
de verkeersveiligheid komt niet in gevaar;
de ruimtelijke kwaliteit wordt voldoende gewaarborgd. Dit kan ter beoordeling voorgelegd worden aan de WMC/een stedenbouwkundige.
Voor een onoverdekt zwembad bij een woning (binnen en buiten de bebouwde kom):
het zwembad wordt minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn van de woning gebouwd;
de oppervlakte van het zwembad bedraagt maximaal 15% van het zij- en achtererf met een maximum van 50 m²;
het zwembad heeft niet tot gevolg dat het zij- en achtererf voor meer dan 50% wordt bebouwd;
de afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 1 meter;
de betreffende grond staat op basis van het bestemmingsplan ten dienste van de woning;
het afwijken heeft niet tot gevolg dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad.
Voor horeca terrasoverkappingen:
er mag geen sprake zijn van een permanent gesloten dak;
indien gecombineerd met een wind-/terrasscherm moet de ruimte tussen de bovenzijde van het wind-/terrasscherm en de onderzijde van het uitvalscherm minimaal 1 meter bedragen;
de totale hoogte bedraagt maximaal 4 meter;
bij horeca terrasoverkappingen dienen de uitvalschermen onder een hellingshoek van 20 graden gemonteerd te worden;
de afstand tussen een horeca terrasoverkapping en de voorgevels van omliggende bebouwing moet minimaal 3 meter bedragen;
voor de terrasoverkapping is goedkeuring nodig van de WMC;
de overkapping is enkel toegestaan indien een terras is toegestaan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening.
Voor horeca parasols:
de parasol mag enkel boven het terras worden geplaatst (de parasol mag niet uitsteken boven de openbare weg);
de totale hoogte bedraagt maximaal 5 meter;
de afstand tussen een parasol en de voorgevels van omliggende bebouwing moet minimaal 3 meter bedragen;
voor de parasol is goedkeuring nodig van de WMC;
de parasol is enkel toegestaan indien een terras is toegestaan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening.
Voor horeca terrasschermen:
het terrasscherm wordt in geheel doorzichtige uitvoering of met een lage borstwering van maximaal 0,5 meter en daarboven geheel doorzichtig materiaal uitgevoerd;
de totale hoogte bedraagt maximaal 1,5 meter boven het straatniveau;
de terrasschermen zijn enkel toegestaan indien een terras is toegestaan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening.
Artikel 8
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde
Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2016